Posts tonen met het label criminaliteit. Alle posts tonen
Posts tonen met het label criminaliteit. Alle posts tonen

zondag 12 mei 2013

De gebakken lucht van de staatssecretaris

-->
“Ze spreken nog net geen Duits.”
                                                - Sam Rain
Tweederde van de Tweede Kamer staat achter de staatssecretaris; “foutje, bedankt” is kennelijk voldoende voor de populist. Zijn nog aankomende blunders zullen steevast plaatsvinden. Fred heeft zijn lobby gevonden – aftreden gebeurd pas na de privatisering van het gevangeniswezen.
Het volk is misdaad beu; de staatssecretaris weet als geen ander om het naar de mond te spreken als voormalig aanklager. “Meer spreekrecht, langer straffen en versoberen” zijn de kern onderwerpen waarmee je populair word. En eenmaal aan de macht gaat het om euro’s, hoge vrienden en contacten.
Bezuinigen op ‘gevangenen’ is geen verkeerde maatregel; er zitten immers genoeg zakkenvullers binnen iedere afdeling van Nederland BV. Het vervelende is echter dat bezuinigen op kerntaken van een gevangenis – veiligheid én resocialisatie – niet alleen een dom idee is, maar vragen om hogere kosten.
Het is daarnaast een excuus om Agema-gevangenissen te realiseren: hersenspoelfabrieken met het doel op ogen dat men buigt of breekt. Men begint met de ‘Gitmo’ ervaring, waarna men zich als Dante door de lagen der Hel te bewegen om ‘gepurificeerd’ naar de maatschappij te bewegen.
Eerst zal de staatssecretaris te werk gaan om basisrechten aan te passen zodat het falende Amerikaans regiem ook in Nederland mogelijk is. Daarna word er gereorganiseerd; de hulpverleners gaan weg en TNT-personeel gaat het uitvoeren. Stellig blijven erkennen dat de psychosociale problematiek niet bestaat en eigenlijk nog verder in ontwikkeling brengt.
Het zogenaamde Elektronisch Toezicht is geen besparing, maar een ‘boekhoudkundig’ truukje – leg de kosten elders om de cijfers cosmetisch te verfraaien. Gemeentes gaan de individuelen bekostigen. Het geld betaald de burger eveneens maar ziet men niet vallen op het eindafschrift van Justitie.
Meer mensen op een cel plaatsen en anderen zo min mogelijk laten zitten, mààr minder toezicht door ervaren personeel. Dat word absoluut een succes voor het ontwikkelen van een ‘nieuwe’ bajescultuur, die gegarandeerd zorgt voor betere criminelen. Dus over een jaar of 10 verwondert men over de toename van geweld in misdrijven. Laat staan dat er gepraat word over de kosten die gemaakt moeten worden voor het gebruik van de dubbelcellen – oh nee, dàt zijn investeringen.
Over de problematiek van de samenleving, namelijk de toename van criminaliteit, maakt de secretaris korte metten met de maatregelen die hij eerst toejuichte. Het Modernisering Gevangeniswezen bijvoorbeeld zal zich moeten laten passeren door de populistische plannen van de staatssecretaris.
Dan is er een kwestie van vertrouwen; de zaak van de Russische zelfmoord laat zien dat de staatssecretaris zich naïef opstelt. Een incident, volgens hem. Niet zo ‘incidenteel’ zijn onnodig dure rechtsprocedures. Niet zo ‘incidenteel’ zijn de doofpot affaires en belachelijke deals van het OM met topcriminelen als de kroongetuigen. Niet zo ‘incidenteel’ zullen de toekomstige blunders zijn van de megabezuinigingen.
Bejaarden, vrouwen, kinderen en ondernemers van Nederland, uw veiligheidsgevoel, daar mag u alvast afscheid van nemen.
©SamRain
Teeven

woensdag 30 januari 2013

Dwaze oplossingen voor een niet bestaande oorzaak


"Preventie voorkomt, wanneer je het probleem voor bent."
                                                                                          — Sam Rain
Gedetineerden zijn een eindproduct — een vervelende, nare waarheid voor velen. Iemand die namelijk vast komt te zitten, heeft een probleem. En dat vinden mensen vaak moeilijk te slikken, want het stigmata van criminaliteit geeft mensen het verkeerde beeld — dat criminaliteit een soort glamour zou inhouden. Dat er bewust wordt gekozen voor criminaliteit, zoals je kiest voor sperziebonen als groente voor het avondeten.
In Nederland wordt er veel geld gepompt in preventie, met name in de vaktaal verkondigd als het terugdringen van recidive. Speciale trainingen die gedetineerden moeten volgen, om zo te voorkomen dat ze terugvallen in hun oude patroon. En er zijn nog meer trainingen die aanvullend zijn voor dit programma. Maar zijn schoolboekjes voldoende? En hoe motiverend is een 'chantage' eigenlijk, wanneer vrijheid daar tegenover wordt gesteld?
Deze preventiekassa hoort op het middelbare onderwijs thuis — de plaats waar het denken wordt gevormd. Niet in de gevangenissen — waar het eerder gaat om individuele hulpverlening. Maar niemand wil luisteren. Er zijn alleen maar radicale struisvogel ideeën — zoals die van de staatssecretaris — bijvoorbeeld om zo lang mogelijk het probleem te ontwijken. Praktisch gezien betekend langer opsluiten zonder de brand te blussen, vragen om een verdere ontwikkeling van het probleem.
Praktische oplossingen worden afgedaan als utopisch — vrijwillige organisaties die het wel zien, worden systematisch afgeknepen van subsidies om de preventiebarbecue te spekken. Veel praten, met een stok achter de rug; dat is dé oplossing volgens het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Maar ze slaan de plank mis. Men wilt liever de populariteit. Men wilt liever het demoniseren in stand houden. Stel je voor, dat het zou gaan om mensen. Mensen met problemen en daarom keuzes maken die ze vaak zelf niet eens begrijpen.
Veel mensen zouden zeggen dat het een excuus of een rechtvaardiging is voor het gedrag — maar het is een observatie. Grotendeels van de criminaliteit in Nederland zijn vermogensdelicten, gevolgd door zeden. Zou een fraudeur of een dief nu echt zich 'bekeren' tot een modelburger met een boekje? Kan een verkrachter nu echt stoppen met meisjes van fietsen aftrekken dankzij een training? Het antwoord voor beide vragen is nee. De kern is een psychosociale behandeling en praktische middelen.
Het is een taboe — de maatschappij is boos en de politiek brandt liever haar vingers niet. Men durft alleen het papier als oplossing te zien, noch durft men te kiezen voor oplossingen die te meten zijn. Want hoe meet je het terugdringen van recidive, als in het effect van de trainingen, als deze geen onweerlegbare conclusies kan weergeven?
Intussen word de gemiddelde crimineel gewelddadiger, impulsiever en bijna emotieloos. Omdat de problematiek zich mag blijven ontwikkelen. Want stel je voor dat er een groot deel van de problematiek beheerst zou kunnen worden. Maar dat zou natuurlijk weer een oplossing zijn waar gemeenschapsgeld juist wordt besteed.
©SamRain
Oplossingen

zaterdag 27 oktober 2012

Willem is terug in de maatschappij


 "Wat er gezegd wordt is niet altijd wat we graag willen horen."
                                                                                                  — Sam Rain
Willem Holleeder, het meest beruchte boefje van Nederland. Voormalig Heineken-ontvoerder en een vriendenkring die je liever niet tegenkomt. Zat een aardige straf uit en wordt voor een leuk bedrag geplukt van 18,5 miljoen euro. Volgens speculanten het brein achter diverse liquidaties en afpersingen. Favoriet onderwerp van Peter en John. En totdat deze enge man op College Tour verscheen, was `de Neus' bijna het monster uit elk sprookje.
De wereld leek bijna te ontploffen toen men het nieuws vernam dat deze levensgevaarlijke crimineel een column zou krijgen in de Nieuwe Revu. Abonnees vonden dat ze massaal moesten opzeggen als een soort protest, andere bladen vonden het een perverse streek en azijnzuur Nederland kon het natuurlijk niet rijmen met het polderimago. Had hij iets anders moeten doen? Zoals de Quote 500 openslaan en op zoek naar een nieuwe Alfred? Zijn oude vrienden opzoeken en verder gaan met stoute zaakjes? We zouden niet verbaasd zijn. Maar we waren het wel.
Willem kreeg werk. Een betaalde baan. Zo eentje waarover je kunt opscheppen in het café. Als Willem Holleeder een baantje had als slager, dat had gekund. Of als glazenwasser. Putjesschepper. Maar een leuk baantje? Dat voelt als een beloning voor slecht gedrag natuurlijk. Maar het feit blijft dat Willem een merk is geworden. Het merk voor stout. Het merk voor crime. En reclame verkoopt — en dat ziet de Nieuwe Revu ook.
De ophef is eigenlijk vreemd — volgens Holleeder zelf, heeft hij een scala van aanbod gehad. Hij had dus meerdere opties die in zijn schoot zijn geworpen. Interviews, reclames en vast nog meer mogelijkheden. Binnen- en buitenland. Als de nukken van Barbie de kranten haalt, dan heeft Willem nog altijd meer streepjes voor. Maar het vreemde aan de ophef is dat men zo snel mogelijk deze man monddood wil maken — voor iets als een column of een TV interview. Terwijl 50 cent overal welkom is en voor Snoop Dogg de rode loper wordt uitgerold.
College Tour is een smaakvol programma — bedoelt voor studenten en voor het publiek dat niet deel uitmaakt van de doelgroep voor 'Oh Oh Europa'. De redactie nodigt, net als iedereen trouwens, Willem Holleeder uit voor een interview. En hij zegt ja. Omdat hij op vragen antwoord wilt geven en met name op de beweegredenen uit de eerste hand waarom hij zijn daden heeft begaan. Je zou denken dat de strafpleiters van morgen zouden smullen van persoonlijke omstandigheden en drijfveren. Maar in plaats daarvan hoopte men op bekentenissen of een spijtbetuiging. Geen interview maar een persconferentie van het niveau dat thuishoort op Family 7.
Op dat gebied is zeiken echt iets Hollands. Stel je voor dat iemand een podium neemt. En dan? De hele politiek doet het. Iedere BN'er doet het. Het nieuws draait erop. En dan vooral niet inhoudelijk, maar als een aantal opiniemakers iets niet bevalt dan is het niets. Maar het allerergste is dat politieke figuren, vermeende journalisten en tv-diva's hetgeen propaganderen wat ze met hand en tand zouden moeten verdedigen: iedere vorm van censuur tegen journalistieke vrijheid. Dat smaakt te betwisten valt is één, maar preventief en inhoudelijk een programma in de kiem te smoren is onacceptabel.
Het enige verschil tussen Willem Holleeder en andere ex-gedetineerden is zijn bekendheid. Dat betekent niet dat hij daarom geen recht heeft op een nieuwe kans — zijn straf heeft hij aan de maatschappij afbetaald. Achter elke dader zit ook nog steeds een mens.
©SamRain
Holleeder

woensdag 15 augustus 2012

Doodstraffen zijn niet humaan


“Wat je doet, zegt een hoop over jezelf.”
                                                            - Sam Rain
Wanneer we als maatschappij geconfronteerd worden met de criminaliteit, zijn we als in een collectieve shock. Al snel besef ik het nut van het rechtssysteem; iedereen heeft zijn oordeel klaar zonder feitelijk onderzoek dankzij berichten uit de media. Vanuit de menselijke emotie is het rechtssysteem altijd oneerlijk. De vergelding die we zoeken, moet gelijk staan aan een directe oplossing: zo lang mogelijk opsluiten en voor sommigen een enkele reis naar de hel inclusief een reis door het vagevuur.
Het zou makkelijker zijn en zelfs – hoe gruwelijk dan ook gesteld – ‘kostenbesparend’: mens opsluiten kost miljarden. Opinie stelt vaak ook de herinvoering van de doodstraf ter discussie; slachtoffers hebben ‘levenslang’ en wie niet meedoet in ‘het leven’ verdient geen positie (al is het op de bank). Vroeger, een paar honderd jaar terug, was de afhandeling een stuk touw of een botte bijl. In sommige landen is ophanging, vuurpeloton, injectie, elektrische stoel of vergassing nog een uitvoerbare straf. En terecht, vinden mensen.
Maar is het ook terecht? Wanneer de maatschappelijke wraak ook echt wordt uitgevoerd, wat winnen we dan? Afschrikking? Nee – want deze methode heeft millennia niet gewerkt, want er zijn overal ter wereld nog criminelen. Ondanks sharia’s, ondanks ‘death rows’. Winnen we dan een slag in de oorlog tegen criminaliteit? Nee – we verliezen, zoals een valsspelend team wordt verslagen door een andere valsspeler. Het enige wat er gewonnen wordt is tijdelijke ‘gemoedsrust’; de wiskundige eliminatie van een factor voor een beetje zekerheid. Wraak, maar wel met schone handen, want als ‘goede’ mensen willen we natuurlijk het vuile werk niet zelf opknappen.
Van de Talmud tot Clint Eastwood western – ‘oog om oog, tand om tand’ lijkt een filosofie die veel mensen nog omarmen. Liever kwijt dan rijk. Maar zo werkt het niet; wraak kent geen einde, zodra men daaraan begint. Want wie dood, die dood op bedachte rade, begaat moord. Een systeem dat zo bestraft, is dan altijd corrupt. Doden kan nooit een streven zijn voor het gezonde verstand hooguit een onoverkomelijke keuze. Wie doodt, zonder alternatief, die moord. Of men dat nu begaat in een presidentiële sfeer of bij zijn naasten.
Humaniteit is voor mensen. Ons besef van bewustzijn het onderscheidingsvermogen, onze intelligentie betekent dat we verantwoordelijk zijn voor onze daden. Humaniteit is het overstijgen van menselijke emoties naar rationaliteit en groter belang. Wat geen humaniteit is, is het relativeren van normen en waarden naar wat de makkelijkste uitweg is. De basis van humaniteit ligt in principes; niet buigen, niet breken – dit is de grens. Wanneer we bewust sympathie hebben voor het doden, hoe gruwelijk of schrijnend de daden dan ook, zijn we corrupt. Nee, er is geen geldig argument om van dit principe af te wijken. Wanneer we deze principiële grens overschrijden, dan is er geen sprake meer van humaniteit. Of dit nu ‘mag’ van de heersende autoriteit – de overheid, religie of gemeenschap.
Humaan zijn betekent niet automagisch dat alles een knuffelgehalte heeft. Er zijn mensen die een gevaar voor de maatschappij en voor zichzelf vormen; het is een jammerlijk feit dat onze geneeskunde nog niet zo ver reikt. Een quarantaine, een afzondering, is een goed alternatief tegen doden – maar met het nut de maatschappij te beschermen. Wanneer we daar binnen vergelden, dan folteren we. En ook dat, samen met alles soorten van vergelden, is niet humaan.
©SamRain
Doodstraffen

maandag 18 juni 2012

Profiel: De Antilliaanse Gangster


“Hyena’s leven en jagen in roedels.”
                                                            - Sam Rain
Waarschijnlijk de hoofdoorzaak van minimaal tien gewapende overvallen in de Charlois-wijk. Absoluut de ‘drugsdealer’ binnen de 4 meter hoge muren. Hasj, coke, heroïne, wiet, ‘Ox’ en valium voor boodschappen en telefoons op aanvraag. Binnenkomers uit de ‘wijk’ kennen hem meteen. ‘Nationale vacaturebank’ noemt hij de inrichting. Met maximaal nog een paar weken te gaan en niet meer dan een maand gezeten. ‘Kankerlijers hebben niks’, roept hij met gespreide handen.
Een carrière crimineel: van kleine diefstallen tot hennep – kwekerijen in slaapkamers. Van vlindermessen naar groot kaliber wapens. Voor ‘spotprijsjes’ – want waar de één een bedrag van 2000 euro voor moet neerleggen, daar betaald hij slechts driehonderd. Kogels via de postorder. In geen geval zal hij stoppen – dit is wie hij is, en geen ‘mariku’ zoals de meeste. De rapmuziek blaast de boxen op – zolang het maar hard staat.
Wie deze man tegenkomt zal het bezuren; wat je geeft is niet genoeg – hij wilt alles. De tatoeages op zijn arm laten geen twijfel groeien: van ‘Psycho’, ‘I Love $’ en ‘Thug Life’ geven de boodschap van zijn levensdoel. Hij lacht als ik hem vraag over slachtoffers; ‘ze’ moeten dankbaar zijn dat hij niet meteen hun kop eraf knalt. En dat deze ‘Pietje Heynen’ zijn voorouders dit schuldig zijn.
Een voorbij wandelende gevangene wordt nageroepen: ‘deze week betalen hè mati, anders eet je brinta zonder voortanden’. De man loopt knikkend weg – met angst in zijn ogen.

zondag 17 juni 2012

Profiel: De Chinese Mensenhandelaar


“Je weet nooit wat er in een poel modder ligt.”
                                                                        - Sam Rain
De vierkante bril vergroot de spleetogen van de mollige Chinees tot Europese proporties. Geen Bruce Lee, laat staan een indruk van een zware crimineel – hij zou prima de bestelling op kunnen nemen in de lokale afhaalrestaurant. Met twee jaar op de rand ontsnapt – de eis was 12 jaar door het openbaar ministerie voor mensenhandel. Op straat zou niemand deze hoerenbaron aanzien voor een vermeend kopstuk van een beruchte Rotterdamse triade.
Zaken doen. Niet anders. Geen berouw, geen spijt, alleen een glimlach. Het enige wat hem emotioneert is wanneer een landgenoot hem stoort tijdens zijn Domino-spel. Nederlands kent hij niet, dus boeken lezen heeft geen zin. Geen behoefte om te bellen, want de smartphone lost het wachten op. Binnengesmokkeld in de anus via een andere gevangene. De Agiosigaar stinkt een walm uit, terwijl de gele man kauwt op het plastic tuitje.
Het is handelen of gehandeld worden. Want de Triade tegenwerken is gelijkstaan aan ‘model’ staan. Ik begrijp hem niet en vraag wat hij er mee bedoeld. Hij kijkt strak voor zich en legt het uit; het gele pamflet voor vermissingen dat wordt opgehangen op het politiebureau dienst zich als afschrikmiddel voor gokkers, praters en verlaters. De behoefte om te eindigen als orgaandonor zonder vrijwillige opgaaf heeft hij niet. Want hij is te oud of dik voor andere ‘oplossingen’.
Wat hij gaat doen over een half jaar? Terug in de zaken, alleen met grotere voorzichtigheid. Hij heeft immers alle tijd gehad om te plannen, te organiseren en uit te denken.

Profiel: De Russische wees


“Een vos blijft een vos, maar mensen veranderen weleens in wolven.”
                                                                                                            - Sam Rain
Hij dweilt zich een ongeluk en met precisie veegt hij de kastjes af in zijn cel. ‘Geleerd in het weeshuis’, verteld de kleine Rus met een accentje. Al tien jaar in Nederland, waarvan er drie in de gevangenis. Niet aaneengesloten, want zoveel hebben ‘ze’ –Justitie- niet op hem kunnen bewijzen. Doodslag het zwaarste vergrijp, maar hij was toen nog geen twintig.
‘Ik kom gewoon terug’ verteld hij als ik vraag naar zijn uitzettingen. Via Turkije, Griekenland of een vliegtuig naar Duitsland en een treinkaartje naar Amsterdam. Als ik vraag waarom hij dat zo standvastig doet, grijnst hij. ‘In Nederland rijke mensen. Ik samen met vriend zoeken en geld halen.’
Zijn oudste broer zit in de beruchte ‘Zwarte Dolfijn’ – een zwaar bewaakte Russische gevangenis voor langgestraften. Ouders heeft hij niet – hij is opgegroeid in een weeshuis, waar hij veel mishandeld werd. Hij heeft er zijn schoonmaak compulsie aan overgehouden. Soms geen eten, altijd geen verwarming en werken van ’s ochtends tot ’s avonds voor niets.
Hij pronkt met zijn tatoeages; vijf puntige sterren en tekeningen van katholieke heiligen. Ze hebben een speciale betekenis, verteld hij. Een soort van curriculum vitae op het lijft geëtst. Als hij brabbelt in het Russisch met een passerende gevangene, zie ik een zilverkleurige balletje overgegeven worden. ‘Hashies’, verteld hij zonder schaamte. ‘Deze maken handel voor sigaret’.
Wanneer hij vrijkomt zal hij even langs een paar mensen gaan. ‘Goed idee bedenkt’, zegt hij met de Quote in zijn hand.
©SamRain
Russische wees

zaterdag 16 juni 2012

Profiel: De Somalische Piraat


“En iedere atoom zal beoordeelt worden op de Dag.”
                                                                                    - Koran
Zijn kleding is tweedehands – verstrekt door de inrichting. Het felgele shirt vloekt bij de veels te lange bruine broek en beide zijn te wijd voor zijn tengere postuur. Hij heeft nog meer dan vier jaar te betalen aan de maatschappij en inmiddels een jaar ingelost. Opgepakt door de marine, toen hij en zijn kornuiten het zoveelste vrachtschip wilden enteren. Zijn ondergebit weggerot, een kale en donkerzwarte kop gaan vergezeld met gebrekkig Engels.
Binnen de inrichting lijkt het een modelgevangene; overwerken om 10 euro in de week bij te verdienen, geen drugsverslaving buiten zijn verleden – kauwen op qat of snuiven van verf – of agressie. Het lijkt moeilijk voor te stellen dat deze piraat met een raketwerper gewapend stond op een vergaande sloep vol roest.
In de ochtend voor het kraaien van de haan, roept hij anderen op tot het Islamitisch gebed vanachter zijn gesloten celdeur. Halal eten, behalve kip – want dat is te duur. Roken is een zonde – “Haram” noemt hij het. Het is een façade, want zijn kille ogen verraden de veelvoud van slechte daden. Moord, verkrachting, diefstal, leugen en drugshandel. Want Allah, die vergeeft je wel zo lang je vijf keer buigt naar het oosten.
Hij stuurt zijn ‘werkgeld’ naar familie in Somalië. Daar is een paar euro goud waard. Maar hij maakt zich niet al te druk; zijn bende is goed bevoorraad met Kalasjnikov’s en granaten dus die redden zich wel. Angst voor de dood is hij al lang geleden gepasseerd – het komt als het komt. In Nederland kan hij niet blijven; zijn delicten voorkomen een visum. En als ik er zo over nadenk, dan is dat maar goed ook.

Profiel: De Hollandse oplichter


Keurig in pak en dan opeens in korte broek. Dan is zijn haar vetter dan shoarmavlees en dan woelt het onverzorgd. Hij zegt niets, totdat men hem aanspreekt. Dit alles slaat nergens op, en het is allemaal een teringbende. Want Justitie is sloom en de inrichting is traag.
Hij is eenzaam – de meeste gevangenen zijn allochtoon en hebben een verachting naar Nederlanders toe. Bellen mag hij soms, maar altijd als laatst en maar een minuut. Tussen moordenaars, verkrachters, dieven, geweldplegers, inbrekers, pedofielen en andere oplichters kan hij geen truken uithalen. Zijn spullen staan in het vizier en even weglopen betekent het ontbreken van sokken, onderbroeken en zelfs zijn broodbeleg. Pesterijen. Afkomstig uit één moment van zwakte.
Hij is de samenvorming niet gewend – het ‘allochtonen’ knikje, de ‘boks’, ‘straattaal’ of de ‘stand off’. Als eerste overtreder kent hij de gevangeniscultuur niet, waarbij de status afhankelijk is van de verdenking en het gedrag. Hij staat net boven de pedofielen; deze laatste worden echter snel overgeplaatst voor hun eigen veiligheid – waardoor hij de pispaal is.
Over het leed van de slachtoffers denkt hij niet na – dan hadden ze maar niet zo ‘dom’ moeten zijn om erin te tuinen. Hij baalt wel dat hij hier is. Gelukkig komt hij voor de politierechter, dat verzekerd hem een straf van maximaal een jaar. Zijn telefoon te lang bewaard en te arrogant geweest. ‘Pech gehad, volgende keer beter’, belooft hij. Die ‘verloren’ miljoen moet toch ‘terugverdiend’ worden...

vrijdag 15 juni 2012

Profiel: De Turkse gokmagnaat


“Verslaving maakt meer kapot dan je lief is.”
                                                                        - Sam Rain
Hij begrijpt niet waarom hij hier zit. Hij heeft niets gedaan. Ze hebben een inval gedaan in zijn zaak en een wapen gevonden in de kluis. Met demper. De ‘Fiod’ onderzoekt zijn goksites en geldstromen. Mag best, want op Cyprus kan Justitie niet veel doen. In plaats dat ze op tasjesrovers gaan jagen, pakken ze hem. Onrechtvaardig – vindt hij.
Kaart, kast, pyramide, dobbelstenen, sportuitslagen. Waar er competitie is, is geld te halen is zijn filosofie. De dikke snor verbergt ten dele zijn lach. Met blouse en pantalon lijkt hij meer op een medewerker dan een gevangene. Een befaamde strafpleiter kost hem 600 euro per uur, maar is het waard. Verwachting is dat hij binnen 30 dagen geschorst zal worden. Ondanks het onderzoek van de Fiod. Ondanks het onderzoek van de Nationale Recherche.
Goksites zijn ideaal. Casino’s zonder dure kosten en 24/7 te bereiken. Het huis wint altijd; betalen doet men direct en uitbetalen twee dagen. Tenzij men een ‘fee’ betaald. Met meer dan 100.000 bezoekers per dag van over heel de wereld, kan hij zijn AMG met gemak betalen. Geld is zijn laatste zorg.
Hij is ‘verklikt’ – dat weet hij zeker. Want ondanks zijn sites is deze grijze vijftiger niet vies van ‘prive’ spelletjes. Dan won hij 80.000 of verloor 60.000 op een nacht. ‘Worden mensjen jaloers, wanneer iek win, snap jij’ verteld hij hooghartig. Waar het zwarte geld naar toe gaat? ‘Een stichting natuurlijk’, zegt hij fronsend. ‘Stichting ies niet verplicht om bank te betaal bij storno.’

donderdag 31 mei 2012

In de ban van angst - Wanneer je wordt geconfronteerd met daders


“Niemand tafelt graag met zijn vijand.”
                                                - Sam Rain
Even stokt je hart – om vervolgens in razend tempo te kloppen. De onaangename verrassing, de kans van 1 op 70.000, manifesteert zich in een blik die je niet eens uit nieuwsgierigheid wierp. Je herkent hem. De dader. De brenger van het leed.
Uit reflex ontwijk je zijn blikveld, om vervolgens zeer voorzichtig nog een blik ter bevestiging te werpen. En nog één. En nog één. De warme zon leidt hem af en terwijl zijn collega een flesje sportdrank aanreikt, weet je het helemaal zeker. Je hart bonkt in je keel. Dit kan nooit toeval zijn.
Van alle plaatsen, uitgerekend hier. Terwijl het Openbaar Ministerie zogenaamd de nodige maatregelen had genomen. Van Justitie had ik nooit een hoge pet, maar nu was het helemaal weg. Terug angst. Terug spanning. Terug onzekerheid. Ik hoor het ze bijna al op zeggen – “die kans dat het gebeurd is nihil, of in ieder geval heel klein.”
Als iemand zegt “val dood”, of “ik maak je af” – nee, het zal weinig indruk op je maken. Als een zware crimineel het zegt, zelfs dan kun je een reële inschatting maken van het gewicht. Maar denk je eens in, leef eens een moment mee, hoe het zou voelen als waneer een psychopate beroepscrimineel zonder angst voor Justitie zijn zelfhaat projecteert door te uiten om je hoogstpersoonlijk letsel toe te brengen met de dood tot gevolg. Ik citeer hem – “en dat is edelachtbare, mijn toekomstvisie”.
Vluchtgevaarlijk, vuurwapengevaarlijk, geweldsmisdrijven en levensdelicten zijn de kenmerken – de “antecedenten” – van deze man. Vrij vertaald, een opportunistische, gewelddadige psychopaat met de contacten om aan vuurwapens te komen. Maar wel één die keer op keer geschorst wordt door de rechtbank en zelfs vrijgesproken. Want een beroepscrimineel maakt van zijn hobby een ambacht – geen DNA, geen getuigen, geen spoor. Eén die, ondanks zijn indrukwekkende CV, zich vrij mag bewegen zonder toezicht. Alsof een stuk papier of twee 30+ yuppen met een SPH ook maar enige garantie biedt.
Justitie faalt. Vaker dan men denkt. In veel meer facetten dan men weet. Misdaad loont. Dat is het echte signaal die Justitie afgeeft aan de maatschappij. Gemakzuchtige ambtenaren die niet hun werk doen, want de vakantie of de teamdag gaat immers voor. Gemakzuchtige reclasseringsmedewerkers, die via een ander potje betaald krijgen dan het DJI en de gevaarlijke jongens een positief advies geven zonder indicatie van verandering. Gemakzuchtige selectiemedewerkers die geen notitie nemen van de voorgeschiedenis, omdat dat nu eenmaal makkelijker is, net voor de koffie. Spelen met mensenlevens, om achteraf stellig te ontkennen en de schuld te verplaatsen naar de politiek of één of andere ongeschreven beleidsregel.
In Nederland hebben we een sluipmoordenaar: gemakzucht. De nieuwe corruptie dat als cholesterol de morele bloedvaten dichtslibt. Want het gaat immers om geld nietwaar? Het is allemaal de schuld van het kabinet nietwaar? Ik kan als getuige namelijk niet Rutte de schuld geven. Ik kan ook niet de economische recessie of de krimpende budgetten de schuld geven – het ‘werk’ is immers al gedaan en betaald. Nee, ik wijs mijn vinger daar waar deze hoort; naar u, gemakzuchtige ambtenaar. Want door u, leef ik nu in angst.
©SamRain
Confrontatie

maandag 14 mei 2012

Terugdringen Criminaliteit, die voelbaar is - en effectief


“Kort gestraft zijn komt in de praktijk vaak neer op verplicht niets doen.”
                                                                                                            - Peter Nelissen
Het beeld van de ‘gevangenis’ is vertekend voor algemene NL-er; sensatietelevisie van Menno Buch of een half uurtje ‘Je Verdiende Loon’ gaan meer om de ‘Oh Oh Cherso’ dan het probleem. In Nederland roept men vaak te snel om ‘te korte straffen’ en als het aan de staatssecretaris had gelegen, had de ‘bajes’ alleen een ingang.
De kortgestraften zijn de reputatie van het politiesysteem; een week de cel in, soms een maand tot een jaar – afhankelijk van de uitspraak door de politierechter. Deze ‘hotelgasten’ zijn de inbrekers, de drugsdealers, de wanbetalers, de tasjesrovers en de fietsdieven – of een combinatie van voorgenoemden in de vorm van een ‘junkie’. Een overvaller, geweldpleger, verkrachter, pedofiel of moordenaar komt er niet zo gemakkelijk van af – het bureaucratische systeem voorkomt dit tot in ieder geval aan de rechtszaak.
De zogenaamde ‘veelpleger’ komt voort uit de ‘hotelgast’ – ze hebben geen werk of onvoldoende inkomen, geen zelfstandige woonruimte en kampen met financiële én psychosociale problemen. In de ‘gevangenis’ (dat trouwens een regime is voor afgestraften) hebben kortgestraften geen prioriteit; alleen hen die nog langer dan 4 maanden hebben te tuchten, komen in aanmerking voor begeleiding. Een kortgestrafte ‘verliest’ relatief weinig en komt exact in dezelfde situatie terecht –of erger- waardoor deze beïnvloedbaar is door dezelfde factoren om de mist in te gaan. Want waar leer je beter inbreken of stelen dan van de veteranen? Waarom zou je moeite doen om te veranderen als er niets veranderd is? Dat jezelf verantwoordelijk bent voor je daden, maakt je nog zeker niet verstandig genoeg – anders ging men de fout niet zo snel meer in.
Men kan verplicht worden gesteld om deel te nemen aan een ‘afkickprogramma’, maar dit pakt alleen de fysiologische ‘staat’ van een gebruiker aan. Volledige programma’s zijn vrijwillig – en iedere begeleider zou beamen dat in het eerste jaar de verandering in een pril stadium begint.
Delictinzicht is de correcte term, maar te abstract; daders van ‘kleine’ vergrijpen hebben spijt dat ze gepakt zijn, maar hebben zichzelf een dusdanig denkpatroon aangemeten dat ze het gedrag ‘moeten’ doen. Typische voorbeelden zijn: “als ik werk had, dan had ik niet hoeven stelen”, “als mijn uitkering was gekomen, hoefde ik niet te dealen”, “ik wil stoppen, maar ik heb mijn balletje nodig in de ochtend” of het generieke “ik moest wel...”.
Confrontatietherapie noem ik het: intensief iemand de spiegel voorhouden én een handje erbij helpen – in plaats van ‘out of the box’ denken eens kijken wat er in ‘de trukendoos’ zit. Iemand leren beseffen wat hij of zij heeft aangericht in andermans leven, zonder de schouder om de dader, maar linea recta er tegenover. Bewust worden heet het – dat leidt naar de probleemstelling, dat op die beurt systematisch kan worden aangepakt.
Goed gedrag werkt naar beloning, slecht gedrag naar straf. Je kunt niet iedereen iets verplichten, maar wel voorwaarden stellen voor hulp. Dit laatste wordt in de praktijk zelden zo helder uitgelegd, waardoor de verwachtingen vanzelfsprekend worden. Verwachtingen zijn de grootste boosdoener – een dader ‘verwacht’ uitkering, ‘verwacht’ huisvesting, ‘verwacht’ werk.
Laten we minder bezigheid bedrijven in het langer opsluiten van kortgestraften en meer in het oplossen van het probleem: want is er geen bekend Nederlands gezegde over ‘het stof onder het tapijt vegen?’

woensdag 29 februari 2012

De primitieve vergelding: Werken Fred's maatregelen wel?


“Recidive stop je niet door een doek erover te plaatsen.”
                                                                        - Sam Rain
De staatssecretaris Fred Teeven wint geheid de populariteitscijfers; privileges en vrijheden van gedetineerden zo veel mogelijk inperken onder het motto dat slachtoffers het ‘verdienen’. Met de hoogste celstraffen in Europa, kent de staat Nederland een uiterst effectief rechtssysteem. Het is een humaan systeem en rechters straffen hun porties uit in ruime mate. Echter Fred wilt voor slachtoffers ‘bloed’ zien.
Het algemene beeld van Nederland over een vrijheidsberovende maatregel wordt veelal gezien als vakantie; de gemiddelde PVV’er heeft bij voorkeur de herinvoering van de doodstraf en de tijd die men moet uitzitten vindt men ‘te kort’. Op een aantal punten ben ik eens met nieuwe maatregelen; het ‘verdienen’ van een voorwaardelijke invrijheidsstelling bijvoorbeeld of een scherp toezicht op het verlof van gevaarlijke delinquenten uit de Tbs-kliniek. Faliekant tegen ben ik tegen het saboteren van resocialisatie; aan iedere straf komt een eind en zodoende moet een ex-gedetineerde participeren aan de maatschappij, met minder middelen: een strafblad, financiële achterstand en verbroken relaties.
Resocialiseren mag best beter: vaak faalt het Openbaar Ministerie met de Reclassering in dit proces. Maar ligt dit aan het systeem of de uitvoering? Ik verwijt het aan de uitvoering: beperkte mankracht, zinvolle programma’s wegbezuinigd en het cruciale uitbesteed aan non-profit vrijwilligersorganisaties met weinig ervaring. Zo kent iedere gemeente de Sociale Dienst, Maatschappelijk Werk en het GGZ – echter wordt de gedetineerde alleen geanalyseerd met vragenlijstjes en blijft de échte oplossing afwezig.
Want wat doet Slachtofferzorg dan niet voldoende? Waar faalt de rechter? Want volgens mij wilt Fred dat vergelding ook na de uitspraak erbij komt. “You do the crime, you do the time.” Maar Fred vindt dat niet genoeg; lijden moet je, tot je laatste adem.
Dat misdadigers ‘snel’ buiten lopen ligt niet aan het gevangeniswezen; sterker nog vele gevangenen willen nooit meer vastzitten en met de komst van ISD (instelling stelselmatige daders) worden delinquenten voor de maatschappij behandeld én voorwaarden verplicht gesteld. Het ondragelijke verlies van een naaste is nooit goed te praten, net zoals kindermisbruik en mensexploitatie – alle gevallen van misdaad naar een mens zijn schrijnend.
Vergelding hoort thuis in de middeleeuwen, evenals ‘eerwraak’. Als een rechter uitspraak doet, dan is er vergeld. Absoluut vind ik dat slachtoffers door de overheid bijgestaan moeten worden, maar in de vorm van nog meer straf? Voorwaarden stellen dat snapt ieder mens, maar iemand kansen te ontnemen die spijt en berouw betuigd en wilt hersocialiseren? Want dat is wat Fred voor ogen heeft, met zijn sabotageplannen voor de Modernisering van het Gevangeniswezen. “Don’t kick a man when he is down”, maar niet volgens Fred; lijden zal je, tot je laatste adem.
Wil je echt slachtoffers van geweld en misbruik helpen, Fred? Regel dan betere slachtofferhulp en meer informatie over lopende zaken. Biedt ze therapie aan, regel een budget voor herstelbemiddeling. Ga desnoods rond de tafel zitten met Justitie over de aanpak van wapens, drugs en verslavingszorg. Zorg eens voor minder ‘zwarte’ schalen en breng het respect voor de politie terug. Voorkom de schorsing van zedendelinquenten en regel het geld voor voldoende mankracht op straat en kantoor.
De populariteitsprijs zal ik hier niet mee winnen; maar opkomen voor de zwakkeren, hoe ziek ook, is niet iets van de middeleeuwen, maar een baken voor de toekomst – menselijkheid.
©SamRain
Resocialisatie

maandag 6 februari 2012

De misdadiger ontrafeld: Hoe men een misdaad begaat


“Ieder mens is in staat een conflict te analyseren – en op te lossen.”
                                                                                                - Sam Rain
De psyche van een misdadiger blijft boeien; voor de één is het ontzagwekkend respect voor de creativiteit en voor de ander een schrikbarende gedachte hoe de wreedheid van de mens kan manifesteren. Ondanks alle mist, volgen misdadigers principes, hoewel ze deze niet uit een theorieboek hebben geleerd. Als je weet hoe een misdadiger denkt, betekent niet dat je altijd misdaad kan voorkomen; echter kun je wel preventieve maatregelen nemen om de kans van de slachtofferrol zo klein mogelijk te maken.
Een misdadiger zit ‘vast’ aan de volgende principes:
-       een misdaad dient als doel (geld, sexuele bevrediging, wraak, etc.)
-       er is een mogelijkheid om een misdaad te begaan (situatie, tijd en omgeving)
-       er zijn middelen om een misdaad te plegen (gereedschap, wapens)
-       er is een methode om deze middelen te gebruiken (modus operandi)
-       er is een ‘vluchtplan’ om de consequenties te ontlopen (auto, fiets, lopen).
Zelf een ogenschijnlijk ‘doelloze’ misdaad heeft een doel. Zoals in het eerste artikel werd aangewezen, speelt motivatie de grote rol in het maken van een keuze, zonder rationele en emotionele ‘reactie’ van significante waarde is de barrière te hoog.
De mogelijkheid bepaalt het doelwit van de misdadiger; dit kan een levend wezen zijn, maar ook een instelling, gebouw of object. Een doelwit mag op zichzelf zwaar beveiligd zijn, echter kiest de misdadiger een geschikt moment voor het begaan van de misdaad en de ‘weg’ van de minste weerstand. Bij een straatrover is dit typisch een bejaarde vrouw die alleen wandelt of alleen thuis is; oudere mensen worden gezien als fysiek zwakker, en dus gemakkelijker.
Middelen kan variëren van ‘blote handen’ tot specialistisch arsenaal van gereedschap. Hoe beter de middelen, hoe effectiever de misdaad. Er zijn middelen in diverse categorieën:
-       dwangmiddelen (wapens – met als doel een slachtoffer te imponeren en de misdaad te ‘versnellen’)
-       preventiemiddelen (handschoenen, camouflage om geen sporen of herkenning mogelijk te maken)
-       toegangsmiddelen (koevoet, schroevendraaier – gereedschap om zich toegang tot een object of mens te verschaffen)
-       gijzelingsmiddelen (touw, tape, tie-rips – allerlei materiaal om slachtoffers of gebouwen te ‘gijzelen’ opdat ze geen alarm slaan)
-       strafmiddelen (wapens – met als doel een slachtoffer uit wreedheid letsel aan te brengen)
-       ontsnappingsmiddelen (vervoer – om na de misdaad de autoriteit te ontvluchten).
De methodiek van een misdadiger berust op zijn of haar kennis en ervaring. Wanneer men een misdaad pleegt, is men ‘alert’ in een fysiologisch perspectief; een misdadiger zonder ervaring bevindt zich in een zeer stressvol stadium, opgepompt met adrenaline. Wanneer deze een methode heeft ‘geleerd’ –door een zelfbedacht plan / invloeden van buitenaf- past men deze toe. Een werkende ‘formule’ (en vooral bij succes) maakt van een methode een ‘werkwijze’; de manier van werken (modus operandi) wordt voor het type misdaad een terugkerend kenmerk. Vooral bij inbrekers, een type misdadiger dat frequent handelt als beroepsmisdadiger, hebben typische signatuur.
Last, but not least, iedere misdadiger wilt onder de consequenties uitkomen. Het ‘vluchtplan’ hoeft niet altijd een goed uitgedacht plan te zijn – ‘wegrennen’ is zo’n beetje het minimale plan (tenzij het doel is om gepakt te worden). Dat neemt niet weg dat het ‘vluchtplan’ wel degelijk onderdeel is van de misdaad.
©SamRain
Misdaad

De misdadiger ontrafeld: De bepalende factoren van een misdadiger


“Ieder mens ontwikkeld zich; en misdadigers zijn geen uitzondering.”
                                                                                                            - Sam Rain
Door schade en schande wordt men wijs. Jong geleerd, oud gedaan. Het zijn zegswijzen die toepasselijk zijn voor ieder mens; inclusief de misdadiger. Nu we weten waarom een mens misdaden begaat, is het een vraagstuk hoe men voor zo’n keuze komt te staan en/of kiest om het gedrag te herhalen. Wederom een aanvulling op de theorie van het vorige artikel over het fenomeen misdadiger.
Er zijn 4 redenen hoe een misdadiger tot stand komt:
-       een aangeboren afwijking (neurologisch)
-       een afwijkende, aangeleerde opvatting (cultuur)
-       een positieve ervaring van een incidentele misdaad (ervaring)
-       een ontwikkelde scheefgroei in de persoonlijkheid (psychisch).
Men vind het omstreden, ‘natural born killers’ zouden genetisch aanleg hebben voor gewelddadigheid. Neurologisch is het te staven; al ruime tijd weten we dat hormonen en hersensignatuur de beleving van een mens bepaalt en mede zijn of haar gedrag. Seksuele afwijkingen zijn ook neurologisch; een pedofiel ‘kiest’ er niet voor om pedosexueel te zijn, omdat het maatschappelijk grote consequenties oplevert. Nu staat een neurologische afwijking nooit garant voor een uiteindelijke misdadiger, maar bevorderd wel de mogelijkheid als er sprake is van een disfunctioneel aantal ‘remmingen’.
Als men zich bevindt in een sociale omgeving waarbij men ‘leert’ dat misdaden begaan lonend werkt, is het een cultureel probleem. Dit is niet exclusief binnen de opvoeding; pubers en adolescenten zijn vatbaarder voor rebellerend gedrag, maar ook volwassen en succesvolle mensen kunnen criminaliteit verheerlijken in een bepaalde groepsdynamiek of door een hooggeachte autoriteit. Waar je mee omgaat, wordt je mee besmet; dit geldt zowel voor positieve als negatieve invloeden.
Net zoals andere organisme met een ontwikkelingspotentie, leren mensen door ervaring. Wanneer men, incidenteel, ontdekt dat het afschrikbeleid in de realiteit minder angstaanjagend is, dan verliest het ook de remming; de geestelijke barrière is doorbroken. Vooral bij een ‘gelukstreffer’ voelt de misdaad belonend in omgekeerde vorm; de consequentie is ontlopen. Dit gedrag is natuurlijk voor intelligente organismen; van een snoep stelende peuter tot een agressieve waakhond.
Naast aangeboren afwijkingen kan een mens ook zich tot een afwijking ontwikkelen; echter hoeft dit niet altijd neurologisch te zijn voor alle gevallen. Verslaving op langere termijn verandert de persoonlijkheid (en bij zwaar verdovende middelen zijn er fysiologische en neurologische veranderingen mogelijk), maar ook bij een hersenletsel of zelfs trauma’s. Niet alle ‘stoornissen’ zijn gevaarlijk voor de maatschappij in de vorm van misdaad, maar omdat een stoornis de geestelijke toestand in wurggreep houdt, is een potentiële misdadiger in verhoogde mate aanwezig.
Er zijn dus 4 factoren die bepalend zijn wanneer een mens een misdaad zal begaan:
-       geestelijke toestand (persoonlijkheid, wereld- en zelfbeeld)
-       neurologische staat (biologische afwijkingen)
-       sociale omgeving (groepsdynamiek, autoriteit en verwachtingen)
-       persoonlijke ervaring (kennis, ratio beloning versus consequentie)
Uiteindelijk is misdaad een gedrag; gedrag is het resultaat van een soep inclusief de ingrediënten van eerder genoemde factoren. Wanneer er een specifieke situatie voordoet waarbij de mogelijkheid en de middelen beschikbaar zijn om een misdaad te begaan, bepalen deze factoren de keuze om tot handelen over te gaan. Een vergroot risico staat nooit garant voor een misdaad, tevens als een matig risico garant staat voor het niet begaan van een misdaad.
©SamRain
Misdaad

zondag 5 februari 2012

De misdadiger ontrafeld: Waarom men misdaden begaat


“Ik geloof in een algemeen menselijke neiging, een voortdurend, rusteloos verlangen van macht naar meer macht, dat slechts eindigt met de dood.”
                                                                                                            - Thomas Hobbes
Criminologie fascineert. Niet voor niets zijn de series als Criminal Minds, Law&Order en CSI populair onder de nieuwsgierige aagjes; het romantiseren van de zieke, gekwelde geest is voor velen ondenkbaar. Maar de psychologie schiet tekort op het gebied van criminaliteit als het aankomt op de mens of het monster erachter. Daarom wordt het hoog tijd om de orde op zaken te stellen met de Sam Rain theorie over het fenomeen misdadigers.
Vanuit een psychologisch oogpunt zijn er 3 redenen waarom een mens misdaden begaat, ongeacht het type delict:
-       zelfbehoud (sociale omstandigheden, incidenteel)
-       stoornis (autisme, schizofrenie, verslaving, zwakbegaafdheid)
-       beroep (rebellie, narcisme en antisocialisme)
Misdaad is een keuze – maar juist de eerder genoemde redenen bepalen waarom deze keuze wordt gemaakt; een vraagstuk dat vele mensen, met name slachtoffers, maar geen antwoord op kregen – tot nu toe. Hoewel criminologen graag het vraagstuk zo complex mogelijk maken, missen ze cruciaal onderzoek; misdadigers spelen een rol in het gerechtsbankje en de journalistiek observeert maar een enkel aspect van deze inheemse diersoort.
Een misdadiger de gemotiveerd is door zelfbehoud wilt geen misdaad plegen, maar ziet zich gedwongen om deze keus te maken. Van deze mensen is het kenmerkend dat hun misdaad volstrekt zonder controle over de zaak; het belanden in een vechtpartij, of een inbraak plegen om de ‘huur’ te kunnen betalen. De misdaad is hun ‘laatste’ redmiddel. Wel kan de ervaring die de misdadiger beleeft de voorzet zijn van recidive (herhaling van misdaden) wanneer deze successen beleeft en dus een carrièrepad kan volgen tot beroepscrimineel.
De beroepscrimineel kiest daarom bewust voor het plegen van misdaad; het is een vak geworden met zelfs specialismen. Omdat het zelfbeeld vertekent en er een scheefgroei ontstaat in de ontwikkeling, rechtvaardigen zij hun misdaden naar henzelf als noodzakelijk kwaad.
Bij een ‘gestoorde’ misdadiger is de misdaad het middel om een doel te bereiken; dit kan een obsessie zijn voor een geestelijke staat (verslaving), een sexuele frustratie te bevredigen (verkrachting, stalking), een psychiatrische aandoening (schizofrenie) of een ongecontroleerde woede aanval (extreme agressie). Een gestoorde misdadiger voelt zichzelf niet in de macht en beleeft de keuze als een compulsie. Afhankelijk van hun persoonlijkheid, veranderd hun zelfbeeld naar mate de misdaden in frequentie toenemen. Aan het ene uiterste en daadwerkelijk berouw en zelfhaat of het andere uiterste waar men accepteert dat ze nu eenmaal onbehandelbaar zijn. Een mens kan ‘gestoord’ geboren zijn, maar ook ‘gestoord’ worden.
Hoewel men een misdaad ziet als de bron van het ‘kwaad’ is het slechts een tussenstation. Een afschrikbeleid werkt namelijk alleen wanneer er ‘angst’ is voor consequenties, en zelfs ineffectief tegen de ‘gestoorde’ crimineel. De bronnen voor iedere motivatie zijn als volgt:
-       zelfbehoud is het resultaat van psychosociale problematiek
-       stoornissen zijn het resultaat van onbehandelde psychiatrische problemen
-       beroepscriminaliteit is het resultaat van cognitieve gedragsproblemen.
Daarom zijn lange straffen alleen niet voldoende; de hulpvraag van misdadigers is niet aan de orde, maar de behandeling kent zijn gaten. Iedere misdadiger is ondanks zijn gedrag, nog altijd een mens.

©SamRain
Misdaad