donderdag 8 maart 2012

Self Awareness: Je eigen zichtbaarheid ontwikkelen


“Spiegeltje, spiegeltje aan de wand.”
                                                - toverspreuk Magische Spiegel
Imago, reputatie en publieke opinie; het lijken politieke termen, maar zijn de atomen van zichtbaarheid voor ieder individu. Zichtbaarheid wordt vaak ‘verkocht’ als individuele eigenschap, terwijl het als vaardigheid beschouwd zou moeten worden. Niet voor niets volgen politici en topmanagers speciale trainingen – en vanwege de huidige maatschappelijke middelen, zoals Social Media, is individuele zichtbaarheid een belangrijke vaardigheid om te ontwikkelen.
Zichtbaarheid betekent feitelijk het perspectief van de wereld en waar je als individu in staat. Uit ons persoonlijk perspectief zien wij het precies omgekeerde – wij beoordelen de ‘wereld’ vanuit onze individuele normen en waarden. Het imago is het beeld van de wereld over jouw ‘voorkomen’; een vorm die herkenbaar is met aangekoppelde informatie (zoals je reputatie). Reputatie is de informatie die ‘en publique’ bekend over je is, zoals je werkverleden of nationaliteit. De publieke opinie is de mening van de mensen in je ‘beweegwereld’; een meerderheid van positieve opinie maakt je ‘populair’ en negatieve opinie heeft, logischerwijs, het tegenovergestelde effect. Zonder imago of reputatie heeft een publieke opinie geen voedingsbodem, en ben je dus onzichtbaar.
De zichtbaarheid van een individu wordt steeds belangrijker; er is een maatschappelijke verwachting dat je een ‘online’ profiel hebt, waarop je ‘gekeurd’ wordt. Dit is misschien een aanval op het individu, maar het blijft een realistisch feit. Onderdeel van de maatschappij ben je pas bij het conformeren aan de norm. Facebook is met name zo populair onder de mensen die bewust zijn van deze samenhangende componenten: het imago als profiel, de reputatie via de ‘wall’-functie en integratie met o.a. Twitter en opinieverdeling met behulp van ‘likes’. Hoewel Social Media zich profileert op de grote, boze wereld, is persoonlijke zichtbaarheid belangrijker om bewust van te zijn. De belevingswereld van een individu kan door zichtbaarheid sterk beïnvloedt worden.
Op de werkvloer bepalen imago, reputatie en opinie de carrière kansen; een typische mythe is dat men ‘vanzelf’ gewaardeerd wordt, vanwege prestaties die men verricht. Hoe frustrerend is het om die ene man of vrouw wel die promotie te zien krijgen? Het draait, echt waar, om de zichtbaarheid van de persoon in kwestie. Het grootste geheim in het succesvol zijn, is het erkennen dat je anderen nodig hebt als ladder!
Imago is het visuele beeld dat mensen van je hebben; typische eigenschappen die qua vaardigheden niets over je zeggen, maar bepalen hoe ‘toegankelijk’ je bent voor personen en hoe goed het beeld past bij je functie. Een directrice in spijkerbroek geeft een ander beeld dan het mantelpakje – ongeacht dat beide competent zijn, zal de interne opinie positief zijn  voor de spijkerbroek in een vrije cultuur. Echter zal dezelfde spijkerbroek ervoor zorgen dat er fronsend wordt gekeken naar haar tijdens de aandeelhoudersvergadering.
Reputatie is de informatie die vrijelijk wordt verspreidt; dit kan ‘gecontroleerd’ gebeuren door iemand zelf of via externe bronnen. Geroddel is reputatie; hoewel feiten verdraaid worden, betekent deze negatieve publiciteit ook reputatie. Mensen praten namelijk over mensen die zij ‘belangrijk’ achten – hun gedrag verschilt met die van de rest in de kudde. Het is vaak zelfs zo dat reputatie zich vooruit snelt op het imago – en dat men de reputatie zo nodig wilt ‘toetsen’ op waarheid.
Bewustwording van zichtbaarheid is een vaardigheid op zichzelf; het verbeteren van iedere eigenschap qua zichtbaarheid vraagt wederom om kennis. Als we bewust zijn van onze zichtbaarheid worden we ook assertiever – en assertiviteit opent nieuwe deuren en dus nieuwe kansen.
©SamRain
Zichtbaarheid

woensdag 7 maart 2012

Een kijk op leven: Virussen en bacterien


“Het grootste doorn in de ogen van Darwinisten is de tussenvorm – met name het missen ervan.”
                                                                                                                        - Sam Rain
Biologie vond ik een saai vak (met uitzondering de hoofdstukken over voortplanting); met name de hoeveelheden tegenstrijdigheden in de befaamde ‘Biologie voor jou’-reeksen. Hoewel ik een geloofsovertuiging heb, ben ik niet een grote ‘fan’ van ‘Intelligent Design’; onderzoek doe je om een conclusie te vormen, niet om te onderbouwen (niet-objectief onderzoek ís geen ‘onderzoek’). Maar net zo slecht is de huidige kennis over het leven; zoals virussen en hun plaats in de boom van leven.
Virussen worden in de biologie niet gezien als ‘leven’; ze voldoen niet aan de ‘wetten’ die de biologie aan leven stelt. De prokaryoot, oftewel een eencellig organisme wordt gezien als het meest eenvoudige op de aarde – maar zo eenvoudig zijn ze niet. Prokaryoten zijn waanzinnig complex, waar onze huidige apparaten niet eens aan kunnen tippen. De virus wordt echter gezien als een parasitair ‘ding’ – een logische afschuw voor de celvernietigend wezen.
Virussen zijn minder complex dan prokaryoten; ze kunnen zich zelfstandig niet delen en hebben geen ‘DNA’ (wat niet wil zeggen dat ze geen erfelijkheid kennen, want ze hebben wel eigen ‘informatie’). Persoonlijk noem ik deze wezens het liefst organismen, want naar mijn mening leven ze wél degelijk en acht ik ze de ‘voorlopers’ van de prokaryoot. Volgens de Wet van Sam over de variëteit van leven zijn de virussen de volgende stap in het mysterie van leven (ik laat expres het woord ‘evolutie’ weg om waanbeelden en andere filosofieën niet faliekant af te schrijven).
De kenmerken van virussen zijn namelijk typisch ‘levend’. Ze planten zich voort, ze verspreiden zich, maken gebruik van hun omgeving en leven onder ideale omstandigheden. Al doen ze dit op een zeer destructieve manier, ze gebruiken hetzelfde mechanisme hetzij op een simplistische methode. Virussen muteren zich afhankelijk van omstandigheden naar resistente mutanten. Het verbaasd mij dan ook waarom zij niet het nummer 1 argument zijn voor evolutionaire biologen in discussie met Intelligent Design-volgelingen; de laatsten beweren voltallig dat ‘positieve’ mutaties zelden voorkomen.
Als computerprogrammeur met baardgroei vindt ik computervirussen om een andere reden interessant dan het prepuberale ‘pesten’. Een computervirus –welke variant dan ook- is een minuscuul programma met simplistische doeleinden, namelijk ‘overleven’. Het grootste kunstmatige onderzoek ooit collectief gedaan naar evolutie heeft zich vlak voor onze ogen plaatsgespeeld; virussen gingen van bestand naar bestand, van floppy naar computers, via het Internet de wereld over. Sommigen ontworpen door tiener-anarchisten, anderen door practical jokers. Met de komst van antivirus werden de virussen complexer (weleenswaar door ‘ontwerpers’, maar toch); een polymorphisch virus verandert delen van zichzelf om te overleven. Niettemin blijft een virus hetzelfde als alle andere computerprogramma’s – een ‘set’ instructies. Ik zie dezelfde overeenkomst met alle levende organismen in virussen – hoe naar hun reputatie ook is.
Natuurlijk ben ik niet de enige die hier over zou denken; maar mijn biologie boek deed dat ongeveer 18 jaar geleden ook niet. Er is nog zoveel te leren van de natuur; biologie zou geen religie moeten zijn maar een wetenschap zoals ze bedoelt is. Charles Darwin wist niets over genetica, noch kende iemand rond 300 na Christus iets degelijks over microscopische organismen. Ik vraag me daarom af, in het kader van de wetenschap of het geen tijd wordt om de boeken over Biologie te gaan toetsen op feitelijke kennis – en daar bedoel ik wetenschappelijke feiten mee, geen pseudowetenschappen!

dinsdag 6 maart 2012

Commissie vaardigheden: Middelen voor de portefeuille


“Feiten zijn niet alleen cijfers, maar ook gebeurtenissen.”
                                                                                    - Sam Rain
Wanneer een commissie optreedt als ‘waakhond’, zijn er vele middelen in abstracte vorm – niet voor niets luidt het gezegde ‘dat de pen, machtiger is dan het zwaard’. Een bestuurslid of commissaris zal zijn gebied van verantwoordelijkheid moeten beschermen met feiten; zonder feiten zijn er géén concrete bewijsstukken – welke essentieel zijn voor de bescherming van de portefeuille.
Het ‘onderzoek’ is een typisch middel; objectief moet er een gebied bestudeerd worden aan de hand van de norm die over dat gebied gesteld wordt. Worden de regels nageleefd? Wat zijn de gestelde regels? Wat zijn de oorzaken van incidenten? Wat zijn de oorzaken van een ‘succes’? Uit een onderzoek kan een conclusie worden getrokken over de ‘gezondheid’ van een verantwoordelijkheidsgebied.
Een ‘monitor’ is een middel dat zonder interventie processen en hun resultaten volgt. De cijferreeks levert resultaten op die de grondslag kunnen zijn van een rapportage. Waar een onderzoek zich bezighoud met eventuele oorzaken, is een monitor as-is; harde feiten die een realiteit presenteren en een bewijsstuk zijn van het slagen of falen van een beleidsverandering. Een beleid dat een groot impact heeft op een kernactiviteit, zal ongetwijfeld een monitor nodig hebben als een succesindicator over de effectiviteit ervan.
Het ‘voorstel’ is een oplossing voor een collectie van actiepunten; in het kader van efficiëntie en kwaliteit, biedt een voorstel een verandering óf vernieuwing aan in een bestaand beleid. Een voorstel bestaat uit een collectieve probleemstelling, de effecten van de problematiek, de oplossing en de begroting van de benodigde middelen om deze oplossing uit te voeren. Voorstellen worden vaak onderbouwd uit andere middelen, zoals onderzoeken en opinies.
‘Externe toetsing’ is een onderzoek geleid door onafhankelijke expertise. Een onafhankelijke bron staaft de betrouwbaarheid van een dergelijk onderzoek; de belangen en inhoud van een rapport kan dan niet bevoor- of benadeeld worden door het orgaan dat deze wilt gebruiken.
Het ‘bezwaar’ is een schriftelijk protest tégen een beleidsverandering. Een goed onderbouwd voorstel kan alsnog een partij benadelen, die potentieel gevaar ziet in de uitvoering ervan. Feitelijk is een bezwaar dus een ‘tegenvoorstel’, waarbij een beleid of voorstel de probleemstelling is.
De ‘petitie’ is een collectieve inzameling van handtekeningen om de opinie te bekrachtigen van een bezwaar of voorstel. Vaak zijn petities een factor bij beslissingen, waar een aanname van een voorstel te dicht bij elkaar liggende hoeveelheid van voor- en tegenstanders kent.
De ‘stemming’ is een referendum onder bestuursleden; net als de petitie gaat het om een verzameling van voor- en tegens, echter is de uitkomst een resultaat van beslissend belang. Soms kan een raad of commissie ‘unaniem’ stemmen – waar bij het aantal leden dezelfde, collectieve stem hebben. Ondanks de meerderheid, kan een lid uit protest tegen stemmen, welke voorkomt dat er een ‘unanieme’ stemming ten boek wordt geplaatst.
Notulen lijken een op zichzelfstaand middel voor administratieve doeleinden; echter zijn deze een journaal van besproken items. Ook vormen notulen de basis voor prestatie van een commissie en haar slagingspercentage; ondanks de passiviteit van notulen.
©SamRain
Commissies

maandag 5 maart 2012

Dieper in cultuur: Het valse idool


“Wij dragen onze helden even snel als we ze werpen in een ravijn.”
                                                                                                - Sam Rain
Tradities zijn gebruiken die ooit door een verre voorouder geïntroduceerd werden voor een symbolische reden. Hoewel in veel culturen de historie van tradities feitelijk niet meer gestaafd kunnen worden, zijn typische gebruiken niet weg te denken. Sommigen hadden een praktische oorzaak; de ‘meter’ van Napoleon is een goed voorbeeld. Anderen zijn wat merkwaardiger, zoals mummificatie of skeletbeschildering, vanwege de filosofische denkwijze.
Bij een idool denkt men tegenwoordig aan een bekend popster of actrice; oude indianenstammen verkozen liever het dierenrijk, de brahmanen zogenaamde halfgoden en de Keltische druiden hadden de ‘Stonehedge’. Vaak genoeg beginnen de meeste lokale tradities in een cultuur rondom een ‘idool’ – een rolmodel dat de weg wijst voor alle ‘volgelingen’. Zo hadden de oude Grieken hun legendes van helden, zoals Achilles – waarop een cultuur van strijders ontstond. Nog steeds zijn er vreedzame groepen die zich vastleggen aan het verzetten zonder geweld, naar aanleiding van de historie van Gandhi. De gebruiken van idolen worden tradities in de vorm van symboliek; de witte hoed en ‘moonwalk’ van Michael Jackson tot de ‘dowry’ – de Indiase bruidschat.
Dat niet alle gebruiken even praktisch meer zijn, heeft meer te maken met de onwetendheid over cultuur dan het gebruik op zichzelf. Hedendaags is een cultuur gekoppeld aan religie of is de mix door ‘multiculti’ een soep geworden waarvan de ingrediënten zijn vergeten. Toch wordt de cultuur nog steeds bepaald door idolen. Mark Rutte mag zijn best blijven doen, maar Lady Gaga heeft 1000 maal meer invloed op de Nederlandse cultuur in een zelfgemaakt YouTube filmpje, dan de miljoenen die Mark besteed aan cultuur. Waarom? Omdat we het cultureel nodig hebben om mensen te verheffen; zo ontwikkelen we verder.
Omdat men idolen niet serieus neemt, heeft men geen invloed meer op de cultuur. Een ‘leider’ hoeft namelijk niet een idool te zijn, maar idolen zijn wel degelijk leiders. Beiden worden verheven door hun draaggroep, echter heeft de ‘leider’ een praktische rol voor concrete zaken en is het idool de innerlijke reflectie van onszelf. Idoliseren we geld, dan zijn we innerlijk vol met goudkoorts. Idoliseren we dieren, dan hebben we eigenlijk een hekel aan mensen. Idoliseren we een God of Goden, dan erkennen we onze onvolmaaktheden en onmacht. Idoliseren we een atleet, dan projecteren we ons competitief gedrag.
Idolen hebben is geen verkeerde keuze; rolmodellen bepalen onze culturele ontwikkeling. Er zijn echter wel bedrieglijke idolen; zogenaamde Gangster rappers die de verkoop van drugs verhemelen of erger het gebruik ervan, filmsterren en rockmuzikanten die talent het wereldje van Sex, drugs en Rock ’n Roll nauwelijks overleven of een haatimam die vind dat vrouwen achter een aanrecht horen. Als je een destructieve idool hebt, dan is de kans groot dat jezelf destructief bent.
Omdat we allemaal zelf onze idolen mogen kiezen, kunnen we geen idolen verbieden, noch opdringen. Vaak beweren de hedendaagse idolen dat ze ‘slechts’ hun werk doen of alleen muziek maken; maar de ‘functie’ idool is dan niet duidelijk gemaakt. Zonder idolen ontwikkelen we niet en we verheffen juist deze mensen als eerst omhoog, zodat ze hun hand kunnen uitsteken om een niveau te overstijgen.

Dieper in cultuur: Veranderen van opvatting


“We kunnen dezelfde zin verschillend interpreteren.”
                                                                        - Sam Rain
People change; het is een feit dat mensen zich blijven ontwikkelen gedurende hun leven. Hoe men verandert wordt bepaald door de invloeden waaraan men wordt blootgesteld. Het sociale netwerk, de plaatselijke autoriteiten, de media en andere beschikbare middelen zijn de factoren die verandering mogelijk maken. Echter bieden deze de omstandigheden en niet de oorzaak.
Alles wat we doen is herhaling; patronen bepalen ons gedrag tot in het diepste der details. Wanneer er onverwacht iets gebeurd, verbreekt ons patroon – we ervaren ‘stress’. Wanneer wij een nieuw patroon leren, kunnen we met stress omgaan; we hebben dan een patroon voor wanneer ons patroon verbroken wordt.
Dat ‘stress’ ook gezond is, zal door het bovenstaande wel duidelijk zijn. Stress verlangt van ons om te ontwikkelen om de prikkels te voorkomen. Dat geldt ook voor veranderen; radicale veranderingen worden veroorzaakt door ‘stress’. Stress is niet alleen dat gevoel dat je onder druk het vijfgangen menu op tijd af hebt voor de aankomende gasten; het kan een positieve ‘schok’ zijn, zoals medeleven bij het zien van kindjes uit Afrika – opdat je gaat schenken. Stress wordt dan ook veelal verspreidt door mensen; men creëert verwachtingen, die stress opleveren als men daar niet aan voldoet.
Het bekeren tot een religie bestaat vaak uit het beoefenen van stress op mensen; door hen te confronteren met feiten waardoor men stress ervaart, ‘geeft’ men de oplossing van een nieuw patroon. Buiten discussie houd ik het nut van deze patronen, maar het is veilig te stellen dat ‘hersenspoelen’ op dezelfde manier werkt – ongeacht de motieven en de resultaten ervan.
Het losbreken uit een cultuur is niets meer dan een nieuwe cultuur aannemen; wij als mensen kunnen niet zonder een vorm van cultuur, omdat we nu eenmaal sociale wezens zijn. Het is daarom niet verwonderlijk dat een radicale moslim een atheïst wordt en vice versa; een brave Christen zich kan bekeren naar een moorddadige terrorist. Met de juiste stress, autoriteit en sociale druk zijn de meeste mensen ontvankelijk voor culturele omslag.
Binnen een cultuur gaat het om de gemeenschappelijke opvatting; jongeren onderling hebben hun eigen cultuur en subculturen – waar er duidelijk sprake is van discriminatie en machtsvertoon om stress te veroorzaken. Wie niet conformeert aan de opvatting, valt buiten de cultuur. En als sociale wezens zijn we vanuit onze natuur allergisch voor uitsluiting en isolement.
Eenmaal in een cultuur breekt men pas uit bij voldoende stress of de verandering van de opvatting door de leider. Zoals iedere controlestructuur wordt men psychologisch afhankelijk van de groepsleden, waardoor men zich loyaal verplicht voelt. Nu hoeft dat niet negatief te zijn, maar bij een sterke negatieve invloed van een ‘extremistische’ leider kan een grote groep snel omslaan naar een haatdragende cultuur. Typische voorbeelden zijn de militairen die wangedrag vertonen op een ‘vredes’-missie of het doodstenigen van een meisje zonder hoofddoek.
Veranderen van zulke cultuur kan alleen met patroonverbrekende middelen; zonder confrontatie, zonder stress en autoriteit houd een cultuur stand. Mensen kunnen simpelweg makkelijk iets aanleren dan afleren; je begint binnen een minuut met roken, maar het duurt wel even voor je er vanaf brengt. Want die waarschuwing op dat pakje is een ‘stressor’ om je van de rokerscultuur te ontdoen.
©SamRain
Veranderen

zondag 4 maart 2012

Dieper in cultuur: Religie als wapen


“Het mooiste dogma is het links laten liggen van dogma’s!”
                                                                                    - Sam Rain
Religie klinkt voor sociaaldarwinistische groepen als een uit de hand gelopen hobby. Door onze wetenschappelijke vooruitgang besteden we steeds vaker het werk van God uit – waar een groeiende gemeenschap Hem het liefst wegbezuinigd of op staande voet ontslaat. Religie op zichzelf is echter een concreet gegeven via een ondefinieerbaar abstracte overtuiging; het is de onwrikbare media voor cultuur.
Niets verbindt beter dan een gemeenschappelijke vijand; de gezichtsloze directe, het parlement of de Belastingdienst zijn typische voorbeelden van de ondergeschikte gelijkgestemden. Wij als mensen, net als chimpansees en bonobo’s, hebben graag een vijand. Een vijand hoeft niet persé met geweld verdreven te worden. Religie lost een hele hoop culturele zaken op, inclusief de vijandschap.
Hoewel de religies vaak worden gezien als poppenkast voor volwassenen, is het een effectief controle systeem. De ‘leider’ is immers overal aanwezig en superieur aan iedereen in de groep, waarbij zijn secretaris (voorganger, imam, pandit, opperhoofd, sjamaan, rabbijn of pastor) de zaken voor Hem waarneemt. Vanwege de receptuur en de wetten van religie zijn de ingrediënten van cultuur opgepept met peper en zout – en afhankelijk van de religie, een Madame Jeanette. Waar theologen en radicale orthodoxen pogen te ontkennen, is religie de nummer 1 van alle controle structuren in culturele organisatie.
Zoals in iedere vorm van media, draait de effectiviteit in de autoriteit ervan. Niet voor niets zijn de grootste rebellen van religie diegenen die de autoriteit in twijfel brengen. Maarten Luther was, voor het sociaaldarwinisme überhaupt bestond, één van de cruciale bewegers van de hervorming in Nederland door de ‘media’ van Christendom 1.0 in twijfel te brengen – ‘wat men doet, is niet wat er staat’, zou Maarten getwitterd kunnen hebben.
De prins Siddharta (‘Boeddha’) vond het wel welletjes; na zijn verlichting, besteedde hij veel tijd aan de revisie van de Veda’s – waarna het Boeddhisme, Taoïsme en Zenboeddhisme een culturele verandering teweeg bracht in Azië van filosofie tot architectuur. Hierdoor scheidde hij van het traditioneel hindoeïsme naar diverse subreligiën waarbij het Zelf centraal stond, dan de ‘Deva’s’ (halfgoden). De cultuur van monniken is, zelfs na de tijd van moderne vooruitgang, onveranderd gebleven.
Een typische cultuureigenschap van de Islam is het opleggen van de Sharia; deze Islamitische wetgeving is conform de cultuur die de Islam propageert. Vanuit het oogpunt van de Islam is de Sharia de oplossing voor de samenleving; echter botst dit met andere belangengroepen, zoals het Christendom 5.1 en het sociaal darwinisme. De culturen komen simpelweg niet overeen vanwege de ‘autoriteit’ van de Sharia.
Het naleven van de cultuur wordt bepaald door haar leiders; een ‘haatimam’ zaait radicalen, een passieve paus gedoogd pedofilie, een sociaaldarwinistische spreker verdrijft Bijbels en Qurans uit scholen en de directe omgeving bekrachtigd deze in de vorm van sociale druk. Want hoeveel moslims en Joden stenigen mensen bij overspel in Nederland? Hoeveel hervormden geven hun tienden nog aan de kerk? De leiders van een religie bepalen de cultuur ervan in de maatschappij!

Dieper in cultuur: De macht van media


“Mensen lijken op apen, omdat ze zich zo vaak gedragen.”
                                                                                    - Sam Rain
De media is vaak het ‘bokje’ van alles; tienermoordenaars verwijten MTV en XBox-spelletjes, politici de kranten en nieuwszenders, BN’ers de paparazzi en modebladen. Massaal een bericht ontvangen is aan de orde van de dag en wij twijfelen zelden aan de berichtgeving wanneer wij de ‘autoriteit’ erkennen als leider. De media bepaalt de cultuur van mensen die eraan blootgesteld worden – mits deze haar autoriteit erkennen.
Media wordt bedreven door collectieve partijen; waar mensen een gezamenlijk doeleind hebben ontstaat een belangengroep die baat heeft aan de verstrekte informatie. Informatie wordt wellicht gezien als een passief ‘iets’, maar de werkelijkheid is dat alles in onze belevingswereld bestaat uit informatie. Zonder informatie nemen we niet waar en kunnen we niets beslissen; echter discrimineren we informatie naar ons eigen belang. Waarom koopt men een krant? Waarom koopt men een pornografisch blad? Waarom kijkt men soaps? Waarom kijkt men nieuws? Wij doen dat allemaal in ons eigen belang.
Wij leven echter zelden in isolement; onze belangen zijn zelden uniek en daarom leven we in gemeenschap. Media verschaft ons informatie zonder dat we een veelvoud bronnen moet raadplegen, met als voorwaarde dat we de gekozen media kiezen als autoriteit op het gebied van ons belang. Omdat we belangen delen, vormen dezelfde belangen de grondslag voor onze cultuur. Als een populair blad ‘uit onderzoek’ de zomertrend bepaald heeft, zullen de belanghebbers van uiterlijke status zich daaraan conformeren. Iedere vorm van media heeft invloed; zolang zij maar gezien wordt als autoriteit – van wereldwijd nieuwsuitzender tot knullig gekopieerd studentenblaadje. Wij absorberen waar wij belang bij hebben.
De media wordt vaak dan ook als negatief afgestempeld door andere cultuuraanhangers; de belangen van de zogenaamde gevestigde orde ‘botst’ met die van hen. Beide zijn de bewegers van een massacultuur; hoe meer culturen gelijk zijn, hoe minder die een bedreiging zijn.
De Holocaust en zelfs de hoogtijden van Adolf Hitler was niet mogelijk geweest zonder de propaganda machine. George Bush junior had geen president kunnen zijn zonder Fox News. Zouden we Al-Quaida kennen zonder CNN of Al-Jazeera? Media bepaalt de cultuur; zonder de afschuwelijke beelden van de Twin Towers zou er wereldwijd geen culturele ‘haat’ zijn tegen de Arabische landen. Men heeft cultuur ‘bijgeleerd’ geen sympathie te hebben voor ‘de vijand’.
Zo hebben weinig Nederlanders ooit een probleem gehad met Pakistan. De media echter heeft (niet onterecht) de natie bestempeld als bolwerk van corruptie en terrorisme. De westerse cultuur heeft dit geassimileerd in haar collectief denken; het resultaat was duidelijk merkbaar in de aandacht voor hulp tijdens de grote rampen die delen van het volk trof, die niet behoort tot het bolwerk van extremisten. Al handelt men niet naar de collectieve denkbeelden, men is bij blootstelling al beïnvloed door de informatie.
De macht van de media zet haar stempel op de cultuur van groot tot klein aspect. Ons schoonheidsbeeld, onze klederdracht, onze muzieksmaak, onze voorkeuren, maar ook onze allianties en vijanden. Zolang de media van onze keuze niet ‘botst’ met onze eigen belangen oefent zij grote invloed uit op onze cultuur. Vaak is dit positief voor ons als mensheid; net zo vaak is het negatief voor ons als individu.
©SamRain
Macht van media

zaterdag 3 maart 2012

Dieper in cultuur: De invloed op ons gedrag


“Ons sociaal netwerk bepaalt ons gedrag.”
                                                            - Sam Rain
Verkeerde ‘vrienden’ is de grootste factor voor delinquent gedrag. Hoewel het Westerse denken een zonnestelsel presenteert om het individu, is de sociale kring om ieder mens de grootste invloed op de opvattingen die men heeft – met hier en daar een uitzondering.
Cultuur is een gekleurd én verkleurd begrip; vanuit een toeristisch oogpunt zijn het typische gebruiken en tradities en gekeken vanuit een politiek standpunt ‘achterlijk’ in vergelijking. Hoewel cultuur zeker bepaalde klederdracht en ‘aparte’ opvattingen bevat, missen we vaak de cultuur zoals ze is; als sociale wezens omvat cultuur de ongeschreven regels van onze omgang met anderen in onze groep.
Social media bevestigd dat de meeste mensen een groep van ongeveer 80 tot 100 hanteren als hun persoonlijke kring. Hoewel deze kring weer verdeeld is tot boezemvrienden, bloedverwanten en collega’s, kan men verwachten dat deze groep soortgelijke opvattingen deelt. Niet voor niets komen veel criminelen uit een crimineel milieu en komen ‘nieuwe’ Christenen uit een christelijke gemeenschap. De mensen uit ons netwerk zetten de norm voor acceptabel gedrag en de sancties; zo zullen de ‘afvalligen’ verbannen worden door de groep (of zelfs vervolgd).
Religie is een soort ‘instituut’ voor cultuur; de hoofdopvatting én algemene verdeler bepaald aan de hand van een wereldbeeld wie tot de cultuur behoord (en wie niet). Tradities en gebruiken zijn vastgelegd als receptuur, zoals beloning- en strafmaatregelen, omgangsvormen en uitoefening van leiderschap. Wie afstand doet van de cultuur in een dergelijke groep mag rekenen op afschuw door de anderen in de cultuur; homoseksualiteit in monotheïstische wereldgodsdiensten, maar ook rassenmenging in fascistische sekten zijn typische ‘dealbreakers’.
Maar cultuur zijn ook vrienden en familie; dat vader niet gestoord mag worden tijdens de UEFA of dat moeder het kerstontbijt organiseert. De opvatting over politiek, justitie en werkgevers worden vooral door vrienden bepaald; gelijkgestemden versterken de mening van een individu en vooral wanneer deze geen natuurlijke leider is. Vrienden kies je immers bewust; de raad van een goede vriend weegt vaker hoger dan die van je bloedverwanten – ongeacht de kwaliteit van het advies.
Onze persoonlijke cultuur bepaalt ons gedrag. Positieve invloeden maken ons socialer, terwijl negatieve invloeden ons egoïstischer laat denken. Neurologisch zijn mensen, sterker dan andere organismen, in staat tot ‘na-apen’, dankzij de ontwikkelde spiegelneuronen. Onbewust nemen we ‘trekjes’ over, van kretologie tot grafologie. Toch zijn we allen wel in staat om zelf te bepalen wat we dan ondernemen en sommigen zijn de ‘trendsetters’.
Op de middelbare school was de grote pauze ideaal voor het ‘grote’ rondje; onttrekken van toezicht manifesteert dan altijd de ‘leider’ van een groep. De ‘eigen’ regels maken begint dan met ‘rebellie’ – het ontkrachten van de eerdere autoriteit – door kattenkwaad uit te halen. Het begint met ‘belletje-trekken’ door de ‘groep’, geïnitieerd door de leider, waarna competitiedrang wordt gevoed. Wie niet ‘meedoet’ vervalt naar een lagere status (bangerik / mietje), wat langere termijn consequenties meedraagt in het sociale vlak. Omdat het gedrag ‘vervalt’ bij de aanwezigheid van een nieuwe leider (de school of de ouders), kunnen we concluderen dat de meeste mensen zich altijd gedragen aan de hand van de groep waar ze op dat moment in bevinden.
Willen we mensen veranderen, dan moet je de leiders veranderen of vervangen; dit geldt voor basisscholen, gevangenissen en zelfs naties.