Posts tonen met het label geloof. Alle posts tonen
Posts tonen met het label geloof. Alle posts tonen

maandag 23 juli 2012

Geloven en wat we er niet over begrijpen


Innerlijke vrede

“Onze unieke intelligentie maakt ons verantwoordelijk voor hetgeen wat we doen.”
                                                                                                                        - Sam Rain
Wanneer je spreekt met iemand die geen godsdienst kiest binnen zijn of haar levensbeschouwing, komt vroeg of laat het pleidooi dat ‘geloof’ de oorzaak is van oorlogen. ‘Nee,’ antwoord ik dan ‘het is wel zo dat het de meest gebruikte smoes is.’
Waarom geloven mensen? Of je nu Krishna verkiest boven Jezus, aan Allah om genade smeekt of gelooft in een roze eenhoorn – iedereen gelooft iéts (al is het niets). We geloven, volgens de wetenschappers in witte jassen, omdat we zo onverklaarbare dingen kunnen bevatten. We geloven, volgens humanistische filosofen, omdat we kosmologisch verbonden zijn om onze dierlijke natuur te overstijgen. We geloven, volgens religieuze leiders, om het ‘einde’ niet te zien als finishlijn en dat al ons lijden een doel dient. Wij geloven, volgens mij, om ons leven nu vorm te geven.
Religie geeft ons een moreel anker – de één kent geboden of leefregels, de ander een levensfilosofie of motto. Karmisch denken is erin verweven; wie goed doet, goed ontmoet – al komt het later. Mystici en esoterie geeft ons macht – wie de juiste spreuken kent, kan zijn of haar leven beïnvloeden. Deel zijn van een aparte en vooral ‘verheven’ klasse werkt bijzonder aantrekkelijk. Want bij de Donald Duck Club hoort een pas met extra kortingen. Zodoende kent ieder bewust mens een vorm van religie of esoterie; de één is Kumbaya-christen, de ander top manager en ook de veganist gelooft.
We willen graag geloven dat we onszelf overstijgen door hogere doelen na te streven. De nare realiteit is dat ondanks prachtige preken, mooie beloftes en egostrelende waardes wij geloven uit eigen belang. We zoeken onze plaats in het heelal, we zoeken de waarheid, we zoeken erkenning, we zoeken een betere wereld. Wij zoeken met z’n allen naar geluk.
Geluk en blijdschap horen bij elkaar, maar blijven twee verschillende dingen. Geluk is onze vrede, waar blijdschap een overmaat is van vrede. In ons leven zijn we verslaafd aan blijdschap geworden – in het Westen tenminste. Een groot huis, een mooie wagen, een leuke aan, een knappe partner, een goed CV, een groot sociaal netwerk. Het moet méér. Het moet béter.
De realiteit is ook dat we geloven dat blijdschap gelijk is aan geluk; wanneer we niet blij zijn, dan voelen we ons ongelukkig. Wie gelooft in een hogere macht vraagt om blijdschap – ‘Oh Heer, dit en dat’ of ‘Als Allah het wil, dit en dat’. Wie gelooft in de natuur en eigen kunnen, investeert met middelen en discipline ‘want als ik dit doen, dan dat’.
Wanneer we geloven is ook geen mysterie – de eerste beste tegenslag of een onverwachte wending in het levensplot. Het grote systeem werkt dan even niet in ons voordeel, zodat we als geestelijke monteurs de gaten willen dichten. Maar zoeken we op dat moment naar vrede of naar blijdschap?
Echt ‘gelovig’ zijn bestaat niet. Geloven is gebaseerd op het vertrouwen op principes en waarden die je niet kunt toetsen zoals een natuurwet. Een ‘ongelovige’ bestaat ook niet – hooguit een afwijk van de maatschappelijke norm. Wie namelijk oprecht een hoger doel nastreeft, streeft niet. Want het enige hogere doel dat boven eigen belang staat is de innerlijke vrede – een gelukkig bestaan door blij zijn te bestaan.
©SamRain
Geloven

woensdag 27 juni 2012

Hoe Edina sprak met de Heer


“Soms luisteren we, terwijl we moeten lezen.”
                                                            - Sam Rain
Edina was in haar leven niet altijd even vroom geweest. Pas na het overlijden van haar eerste man, de psychische problemen van haar zoon en de drama van haar weggelopen dochter, zag zij een weg naar geluk. Sindsdien zong zij liederen van aanbidding en hield zich aan de regels; haar enige wens zijnde dat de Heer haar zou toespreken en leiden op het pad van een profeet.
‘Laat het op mijn pad komen, Heer’ bad ze dan. ‘Leid mij waar ik moet gaan’ fluisterde ze met gevouwen handen. Ze wilde dienen en zocht naar een plaats. Eerst de zwakkeren ging ze helpen, om te eindigen in een kerk. Met de Bijbel dicht op de borst, las ze de eindeloze wijsheid. Moest ze strijden tegen de Tegenstander? Moest ze alles opgeven? Ze vroeg en bad, maar kreeg geen antwoord. Haar geloof werd getoetst, toen haar tweede man nabij de dood kwam en haar dochter zichzelf van het leven ontnam.
Zo accepteerde ze het lijden in afwachting tot het paradijs; het moest nu eenmaal zo zijn, dacht ze stiekem. Haar gebed werd heftiger en langzaamaan werd ze bitter. Ze twijfelde steeds meer aan de Geest in haar en beleefde geen lijdschap meer. Niets kreeg ze meer dan ze kon dragen, dacht ze.
Maar haar juk was zwaar. Verdriet en pijn brak haar hart.
Op een dag zag ze een zwerver lopend langs de weg. Ze voelde iets en keek hem na; hij liep vast naar het huis waar ze ooit koffie schonk. ‘Daar helpen ze hem wel’ dacht ze. Toen riep de zwerver ‘Edina, Edina! Waarom ben je zo bedroefd?’ en ze keek hem verbaasd aan. ‘Wees altijd verheugd en laat de dag van morgen!’ – en de zwerver verdween in het niets.

zaterdag 21 april 2012

Sam's bijzondere kijk op reincarnatie


“Blijf altijd lezen en wordt geïnspireerd – maar blijf ook zelf denken.”
                                                                                                - Sam Rain
Je kunt over reïncarnatie denken zoals de Hindoes dat doen; ben je lief dan ga je een stap hoger, ben je stout dan keer je terug als kakkerlak. New Age zwervers horen graag dat ze in het vorige leven geweldig waren als prinses of hofdame om een beetje waardering te vinden en sommige radicale yogi’s besteden hun hele leven aan het noppes doen om carrière te maken in de Universele ladder van ‘Atman’.
De Christenen, Moslims en Semieten houden het op de erfzonde; zonder verlossing is de grap voorbij, want Adam en Eva screwed up big time. Net als evolutie, is reïncarnatie een beladen woord: het betekent vrij vertaald ‘ de terugkeer in vlees’. Welk vlees is dan de keuze va de hogere macht. Mits je daarin geloofd.
Ik ben van mening dat God / Hogere Macht / Het Leven een veel ingenieuzer systeem kent. Waarom ieder wezen evalueren op daden terwijl intelligente wezens genoeg capaciteiten kent om deze evaluatie te maken? Want waarom planten wij ons voort?
Mensen groeien. Mensen ontwikkelen. Mensen gaan dood. Daar hoef je geen discussies over te voeren op het niveau van ‘Mensa’ – iedereen kan het vaststellen. Wetenschappelijk, geven we erfelijke eigenschappen door met eiwitjes en DNA en we weten dat organismen zich aanpassen aan de omgeving – van ijsbeer tot Eskimo. Het klinkt Darwinistisch, maar dat is het niet; ik theoriseer niet over een Maker of Niet-Maker. Wel theoriseer ik over erfelijkheid; iedereen heeft de informatie van zijn of haar vader en moeder in zich. Zijn zij dan niet ons ‘vorig leven’? Want willen ouders niet dat kinderen zich verder ontwikkelen dan zij zelf? Gedurende onze opvoeding leren wij van hen de normen en waarden en beïnvloeden zij grotendeels ons gedrag. Niet alleen dragen zij hun geestelijke kennis over, we bestaan ook uit hun originele bouwstenen met de nodige verbeteringen.
Is ons volgende leven dan niet in onze kinderen? Wie heeft niet de wens van nalatenschap aan zijn of haar kroost? Welk mens wilt het niet nog beter doen dan zijn of haar vader of diens fouten niet herhalen? Welk mens neemt geen voorbeeld naar de gedaante van de moeder en kent haar zwakheden.
We worden geboren door onze ouders, zij door die van hen tot millennia terug; in ons zit de informatie – al is het voor delen – die we zullen overdragen naar onze kinderen. sommigen noemen het evolutie, anderen het bevolkingsplan. Ik noem het reïncarnatie. Want waarom is het verplicht om eerst te ‘sterven’ voordat de overdracht van geest moet plaatsvinden? Wat is het nut van vorige levens als je ze niet kunt herinneren en evalueren om vervolgens verder te ontwikkelen? Want zo’n dergelijk systeem is niet alleen onpraktisch, maar ook onlogisch: een eeuwig levende geest maar wel met verstandelijke beperkingen.
Mijn theorie is dat reïncarnatie niet is hoe we over het algemeen reïncarnatie beschouwen, maar een praktisch en nuttig systeem is om ons steeds verder te ontwikkelen. Ook staaft het mijn geloof in een levende kracht achter ontwikkeling in plaats van de dobbelstenen in biochemische processen zoals Darwinisten ze stelten. Einstein had gelijk – duh.
Ik maak geen desillusies over het bestaan of niet bestaan van een hogere macht; ik stel alleen dat indien deze de oorzaak is, geen onpraktisch systeem zou bedenken tussen allerlei geniale uitvindingen, zoals fotosynthese en sneeuwvlokjes.
©SamRain
Reincarnatie

zondag 15 januari 2012

The End is near


“God heeft je gemaakt om Hem lief te hebben, niet om Hem te begrijpen”
                                                                                                            - Voltaire
Elke generatie maakt ze mee; de voorspellingen van de Apocalyps of ander doemseinde. Wetenschappers geloven in een botsende komeet, natuuractivisten in een terugslaande Moeder Aarde, religieuzen in een eindoordeel van God Almighty. Sci-fi voorspelt de opkomst van hypermoderne oorlogszuchtige robots, gemene aliens of de mens die zichzelf naar de verdoemenis helpt.
Eigenlijk heeft het allemaal te maken met onze vrees voor de dood; naast de beperkte houdbaarheidsdatum van menselijk leven, zoeken we een spirituele ‘drive’ om het maximale eruit te halen. Wij mensen zijn nu eenmaal control freaks, die voor elk mogelijk scenario een oplossing zoeken voor wat we niet begrijpen. Want zeg nu zelf, hoe kun je iets irrationeels als de dood nu rationaliseren?
Ieder mens zoekt een hoger doel; de één wilt aan de rechterhand van de Heer zitten en een ander wilt de toekomst van zijn kinderen waarborgen. Het zijn allemaal dappere pogingen om een vorm van de onsterfelijkheid te verkrijgen. En zoals we leren vanuit onze cultuur, ethiek en andere opvattingen kan dit alleen door een ‘held’ te worden.
In 1996 was er het ‘millennium’ concept; in 1997 zou de apocalyps plaatsvinden, in 1999 zou de duivel toeslaan en in 2000 zouden óf alle computers op hol slaan óf de uitlijning van alle planeten de zwaartekracht opheffen en de zon een allesverslindend zwart gat worden. Tweeduizendentwaalf is geen uitzondering; dit jaar staat de Maya kalender op ‘nul’. National Geographic besteed de nodige lariekoek om de hype in stand te houden, vele boeken bespreken de omwisseling van polariteit en een enkele Hollywood film kiest voor een wereldwijde overstroming. Maar waar baseren we het op?
Voor elke leugen heb je een vorm van ‘waarheid’ nodig. Het Oude Testament staat bijvoorbeeld vol ‘profetie’ en met statistieken kun je ook sjoemelen als Stapel. Echter zijn het geen ‘feiten’; er is geen criteria mogelijk om het Eind der Tijden te ‘meten’:
a) er zal niemand zijn om het te bevestigen
b) het is, zover we weten, niet eerder met de Aarde gebeurd
c) er is geen andere, dichtbij staande planeet waar we het hebben kunnen observeren
d) als er een duidelijke einddatum is, dan is het gehele proces te herleiden naar een oorzaak (en dus potentieel te verhelpen).
Het is voor mensen moeilijker om een lot te accepteren dan zich aan te sluiten bij een irrationele hypothese; zoals het uitstellen van een bezoek aan een tandarts; alsof het minder pijn zou doen.
Ik geloof dat de Aarde en de mensheid zich wel zullen redden; natuurlijk zal de wereld vergaan, maar als ‘the world as we know it’. De hype eromheen is altijd van hetzelfde; paniek, boeken en programma’s met pseudo-wetenschappers en Messias-wannabees. In plaats daarvan kunnen we beter bezig zijn met onze mensheid op dit moment: er is hongersnood, onrecht en oorlog op deze grote blauwe knikker. Dingen die het waard zijn om druk over te maken. Daarom voor alle hype meelopers:
1)    religieuzen: ‘de Heer komt als een dief in de nacht’
2)    Astrofysicussen: als de kans 1 op de 100.000 is voor een asteroïde inslag, betekent dat we 99.000 keer de kans hebben op een misser
3)    Activisten: als het klimaat drastisch veranderd, lost het ook meteen het echte probleem op (oftewel de klimaatverwoesters)
4)    Sci-fi fantasten: de Turing tekst weerlegt monsterlijke robots
5)    Maya-sympathisanten: geloof je nu echt in een theorie gebaseerd op twee zinnen die niet concreet vertaald kunnen worden door 99,1% van de specialisten?
©SamRain
The End

woensdag 4 januari 2012

De bediening in de Ware Geest


“Deo servire vera libertas”
                                    - Augustinus
Wanneer mensen zich bekeerd hebben (lees: overtuigd zijn van hun verlossing) worden ze vaak gretig; de onwetendheid maakt plaats voor passie om uiteindelijk een obsessie te worden. Net als kinderen zijn ze vol motivatie om ‘iets’ te worden: brandweerman (gevaarlijk), politieman (irritant) of astronaut (niet voor zwakke magen). In het geval van bediening is alles nog nieuw: het enthousiasme drijft hen om hun passie te delen. En stiekem het liefst op een podium.
Bediening is toch wat anders dan de ‘roeping’ die velen denken te hebben. Anderen boven jezelf stellen vereist het teniet doen van het ‘ego’. Als jezelf begeertes hebt, dan zul je geen ware bediening kunnen doen. Het is een onbetwistbare overgave aan het Grote. Natuurlijk is dit niet de praktijk; niet iedereen is zo gedreven of vind de stem van overgave – het geloof is lang niet zo sterk als men wilt geloven.
Toch betekent bediening ook weer niet dat je ‘perfect’ moet zijn; mensen zijn eenmaal mensen en maken fouten. Echter vereist bediening wel dat je terugkeert naar de bron van overgave, het ego mag geen vingerbreedte plaats hebben om lering te trekken. Oordeel naar hoe je beoordeeld wil worden. Zo hebben kerkgangers altijd wel wat verbeterpunten om aan te dragen; de bediening zou dit of dat moeten doen. Bediening heeft niets te maken met praktische zaken; ze is 100% een persoonlijke, geestelijke gemoedstoestand.
Werken in de bediening vereist geen platform. Echte bediening is als een ijsberg; negen maal groter onder water. De rechterhand met vraagtekens overlaten. Wonderen hoeven niet te komen als vallende kikkers noch opensplijtende zeeën. Ze komen vaker voor dan je denkt; een welgemeende ‘Shokran’, een met twee handen geschudde groet, een glimlach op een vermoeid gezicht, een opgeluchte zucht van comfort en een blik van duizend woorden.
©SamRain
Bediening

woensdag 16 november 2011

Een lesje barmhartigheid


Een Christelijke leefgemeenschap waarbij junkies, hoeren en vrouwslaande vaders bezinning kunnen doen om later terug te keren naar de maatschappij. Voor zes weken ‘stage’ lopen als begeleider om ervaring op te doen. Een ‘higher calling’, een missie voor de Heer was het motto. Daar was ik dan, backpack gevuld met snickers en de Bijbel; bekeren doe je met het Woord en een arsenaal aan chocolade (ik dan).
Het programma was strak. De cliënten waren van 7.00 tot 16.15 aan het ‘werk’. Als begeleider was het mijn taak om de ‘hutten’ te controleren op drugs, bier en porno (daar viel de Veronica gids ook onder omdat tv kijken een waar misdrijf zou zijn buiten de EO). Daarnaast werden de cliënten blootgesteld aan het pastoraal gesprek met de überevangelist die Satan had aangewezen als diegene om mij te leren dienen voor de Heer. Elke krakkemikkige hut had ongeveer 10 bewoners, verdeelt over 4 slaapkamers, en deze was ook de enige met gemengd gezelschap (mannen en vrouwen).
Voor de geest was er de dagelijkse kerksessie; weinig inhoud, vooral een krakkemikkig voorleesuurtje (waar ik als verloste nota bene van in slaap viel). Een vaak uitgekauwde parabel van Jezus is die over de Barmhartige Samaritaan: een ‘vijand’ van de joden vind een kapot gemepte Jood op de weg, besluit hem op te lappen en verzorgd achter te laten. Dat bedoelde Jezus dan met barmhartigheid. Toffe peer, die Jezus.
Op een dag kwam er een nieuwe ‘cliënt’. Letterlijk van straat geraapt, hersenbeschadiging (Korsakov) en ... een luier. Om bewoners te ‘beschermen’ hadden deze een stem in welke hut deze bejaarde poepbroek zou belanden. Het was een ware hectiek; vooral de poepluier. Nog voor deze man arriveerde gingen er al boze afwijzingen en grappen te ronde.
En ik deed mee. Tussen al deze mensen zaten de nieuwe en ook de veteranen van het geloof; alleen op het moment van barmhartigheid waren de Bijbel en alle wijsheid verdwenen. Toen brandde ineens het licht in mijn hart en ik walgde van mezelf; ik was aan het spotten en liep met anderen mee. Ik bedacht me dat deze mensen ooit eens bespot werden, net als ik, en nu eenmaal op het goede pad, geen haar verandert.
Ik liep naar de uberevangelist en nam de verantwoordelijkheid op me. Deze oude poeperd bleek naast incontinent een gebrek te hebben aan geheugen, maar ik was vastberaden. De hele hut was in rep en roer. ‘Nou als je maar niet denkt dat ik je help’ en ‘getverderrie man, wat heb je gedaan’.
Elke dag gooide ik zijn poepluier weg, stalde hem onder de douche, kleedde hem aan en kamde zijn haar. Sneed zijn brood en maakte zijn thee. Na twee weken was hij ‘gepimped’, en wilde de andere bewoners ook ‘helpen’. Behalve met de poepluiers. Op de enige dag dat ik op een werkplek moest invallen ging het mis. Blijkbaar was er iets gebeurd en de oude man was foetsie. Ik was teleurgesteld. De leiding had hem laten gaan, onder het mom van dat bewoners hier vrijwillig zijn.
Ondanks alles ben ik daarom nog trots op mezelf. Ik ben niet als de mensen met hoog opgegooide armen en lange liedjes. Het was mijn allereerste niet-egoïstische daad en zo ontdekte ik het grootste geheim: God zit in je en niet 10 kilometer boven je op een wolk, en wonderen gebeuren vaker dan je kunt voorstellen.
“Want als ik de liefde niet had...”
                                                  -Paulus

©SamRain
Barmhartigheid

donderdag 3 november 2011

Exorcisme: not like the movies


Als je grootvader en vader zich in de gemeenschap bezighouden als geestelijke wonderdokters, dan kun je rekenen op een grote hoeveelheid bezoek buiten ‘kantooruren’. Meestal waren het pastorale gesprekjes of wandelde ik binnen in een adhoc gebedssessie. Op zolder had mijn vader een gehele tempel ingericht; de meest prachtige beelden van marmer, van Krishna tot Ganesha. Hier stalde mijn vader ook zijn hele Veda collectie, de heilige boeken in A3 formaat met grote lederen kaften. Het was rond 1986 toen het volgende gebeurde.
Op een nacht kwam een tante onverwacht op bezoek. Veel gestommel en geschreeuw wekte me op uit een diepe slaap naast Brillie de Beer en nieuwsgierig als ik toen al was, sloop ik via de krakende beukenhouten treden naar beneden. Terwijl een paar ‘collega’s’ van mijn vader aan het ‘chanten’ waren, zag ik hoe mijn vader zijn vlakke hand had uitgestrekt naar een nichtje en aan het mijmeren was in iets onverstaanbaars. Het gegil was ijzingwekkend en vooral het geroffel in de kamer maakte de sfeer er niet beter op. Toen ik werd ontdekt, werd ik linea recta naar boven gestuurd. Pas twintig jaar later zou ik begrijpen wat hier gaande was.
Big Fat Flash Forward.
In 2006 was ik op een spirituele zoektocht. Drugsverslaving zat aan de kant en mijn nieuwe roeping als evangelist maakte de eens zo atheïst radicaler; ik was zo gedreven om te dienen, dat elke zin van Het Boek de absolute oplossing was voor elk probleem. Vooral wanneer je zo radicaal bent, is er oneindig stof om over na te denken en elke ‘happening’ wil je dan bijwonen. Ik maakte kennis met een op een eerste blik rustige huisman, Tom. Na een aantal ontmoetingen en gesprekken over bediening, de weg van de Waarheid en strijd tegen de ‘verleider’, ging het over uitdrijving van demonen. Ja. Echt waar.
Tom was een ‘uitdrijver’, een specialist en deed deze ‘ondankbare’ taak al een jaar of tien. Het onderwerp intrigeerde me immens; voor een radicaal zijn Goddelijke superkrachten een natte droom. Hij stelde me voor om eens ‘stage’ te lopen bij zijn kerkgemeenschap in Zeeland, om als arbeider van God plaats te nemen op het slagveld. Ik had de hele week amper geslapen vanwege mijn enthousiasme en kon geen genoegen krijgen van de passages uit de Bijbel; de uitdrijving van Legion, het boek van Job en ga zo maar door.
Zaterdagavond. Er waren vier ‘broeders’ samen met Tom in zijn huis aanwezig. Een grote multomap werd mij overhandigd, gevuld tot de nok toe over duivels, demonen en uitdrijving. Passages waren bij elkaar gezet om beeld te vormen over werkwijzen en de do’s and don’ts voor uitdrijvers. Na een stevige bidstond gingen we allen terug. Ik besteedde drie maanden onafgebroken aan mijn nieuwe studie; woord-voor-woord vertalingen, concordances en 7 versies van de Bijbel (van King James tot Amplified) waren mijn studiegenoten tijdens de nachtdiensten als begeleider in de verslavingszorg.
Eenmaal volgepropt met theorie, ging ik samen met Tom en een andere ‘broeder’ op huisbezoek. In tegenstelling van de Exorcist waren de meesten normaal aanspreekbaar en ging het nooit verder dan een kort gebed, gevolgd door oliezalving. Het meeste leek ook meer op psychosociale zorg dan het bestrijden van een oeroude vijand, die willens en wetens bezit neemt van een onschuldig slachtoffer. Ik raakte al snel interesse kwijt vanwege de toestroom van mensen die liever hun problemen toeschoven naar demonen dan hun eigen domme handelen. Weinig verwachtte ik dan ook van Herman Boon; de grappige evangelist. Little did I know.
Zijn grappen waren niet mijn humor, zijn preken langdradig en slaapverwekkend. Vooral het meelopende publiek van hoog ‘Kumbaya’ gehalte zoog energie uit me als een oude Gameboy op batterijen. Het voelde dan ook als een groots opgezet toneelstuk met een afgeslankte Paul de Leeuw als ceremoniemeester in het midden.
We werden ingedeeld in groepen van vier waarbij de ‘leider’ van de groep de ‘uitdrijving’ opratelde en de overige drie non-stop gebeden opperden als ondersteuning. Een man rond de 40 werd door zijn familie dwangmatig geduwd naar de groep van Herman, zelf had hij de voorkeur om helemaal niet in de belangstelling te staan. Naarmate hij ongeduldiger werd, dacht zijn familiekring uit paniek waarschijnlijk voor de ‘beter iets dan niets’ strategie en kwam hij uiteindelijk te midden van onze groep.
Terwijl Jos, onze ‘bandleider’ begon met het gebed keek onze kandidaat steeds schuwer en bozer. Nu had ik al twee weken de één na de andere Oscarnominaties gezien, maar deze keer kreeg ik het ijzig koud, net voordat er rare kreten en grommen uit deze man kwamen. Onze leider raakte in paniek en rende meteen naar Herman. Alsof het een reflex was, stuurde ik mijn vlakke hand naar de boze, blijkbaar demonische man en ging onherroepelijk door; ik beveelde de twee anderen om niet te stoppen en was 100% focus op de taak die verricht moest worden. Opeens voelde ik alsof een onzichtbare kracht me raakte als een vrachtwagen uit deze man, tot vier maal toe. Hij zonk in elkaar en lag er levenloos bij. Herman keek me aan, zie tegen de anderen ‘Het is goed, hij komt zo wel bij’. Vervolgens zegt hij zachtjes ‘Begrijp je nu waarom ik zo moe ben na een uitdrijvingsdienst?’ Ik knikte. Ik was kapot. En voldaan.
©SamRain

Wie heeft de grootste?


De zomer is een mooie tijd voor evenementen; het is goed weer, veel mensen hebben vrij en je kunt goed verdienen aan de verkoop van frisdrank. Voor Christenhippies is het helemaal feest; naast de EO-dagen zijn er veel gospel concerten en 4-daagse evenementen zoals ‘Opwekking’. Neem een stel party-tenten, een schuur vol akoestische gitaren en leer verzen uit je hoofd alsof je een volwaardige Beth Sefer hebt genoten om verbaal te duelleren met andere hippies of radicalen. Vooral de dagen ervoor zijn al beladen; meeste hippies zoeken elkaar van te voren op om eens hun Bijbelkennis flink te testen als een ordinaire ver-plas-wedstrijd slash ik-ben-nog-geloviger-dan-wie-ook speech.
In de tuin van Arie beleefde ik zo’n moment van deze ego clash: aan de ene kant uberhippie Edgar, herboren TU-afgevaardigde met slagvaardigheid in Creationisme (pseudowetenschap op niveau van theoretische natuurkunde) en waarschijnlijk geheim homo praktiserend (40 passé, kijkt niet naar voorbij lopende engelen, truien waar je schokken mee kunt afgeven en single, met een liefde voor zingen als een musicalster). Aan de andere kant Jannie; een pre-menopauze reïncarnatie van Cher, maar met het gezicht alsof er brood opgestrooid was en de kraaien het weg gepikt hebben. Met haar achtergrond zou alleen ‘ervaringsdeskundige’ een gepaste titel zijn, maar dat kwam allemaal door de ‘Duivel’. Voortbouwend op het succes van haar dochters in de Christelijke gemeenschap, beschouwde ze zichzelf dan ook als de guru voor iedereen. Twee uitmuntende ‘welgeleerden’ dus.
Ik zat in de rust te lezen in ‘Het Boek’ en vroeg aan Arie die op zijn gitaar aan het pingelen was, over  de praktische regels wat betreft het dopen van mensen. Ik was een vrij serieuze student en wilde ook echt van alles het fijne weten. Natuurlijk begon Jannie meteen van hak-naar-tak; ik was recentelijk gedoopt op een vrij ongebruikelijke wijze, en ze was niet erg blij dat Arie en Edith, beide bestuurders van een verslavingszorg, mij veel privileges gaven in operationele taken, vooral als ex-client.
‘Arie, pas maar op hoor; voor je het weet gaat hij zomaar mensen dopen’, met een blik alsof ik onzichtbaar was geworden. Ik negeerde haar en las een passage op, waarop Arie glimlachte. Wij snapten het maar Jannie besloot toch haar wijsheid eens te delen. Het een na het andere vers werd geciteerd als een oneindig reclameblok over maandverband. Edgar liet geen moment voorbij gaan en beide hadden hun Bijbels in het gareel; natuurlijk beide ook hun eigen favoriete versies. Zo ging een simpele, praktische vraag over de werkwijze van dopen naar ‘Jezus doopte welles/nietes’. Arie en ik zaten te knikkebollen terwijl ze doorgingen: Mattheus, Lucas, Marcus, Johannes, geen evangelie overgeslagen en twee uur later over discipelschap.
Het mooie is dan wanneer beide stoppen met elkaar verbaal afslachten en zichzelf voor schut zetten. Dat dialoog zit zo overladen met ‘liefde’ en ‘meedogen’.
‘Ik zal voor je bidden broeder, dat je de wijsheid mag vinden’, eindigt Jannie.
‘Ik zal de Heere vragen om je te vergeven en de oogkleppen van je af te nemen zuster’, reageert Edgar.
En daar moet je dan een uur mee in de auto zitten, onderweg naar Opwekking. God hebbe genade over ons.
©SamRain