Posts tonen met het label Hindoeisme. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Hindoeisme. Alle posts tonen

zondag 16 september 2012

De Middeleeuwen vandaag: De Nederlands Hindoestaanse Cultuur


“Een dwangbuis is vergelijkbaar met de Nederlands Hindoestaanse cultuur.”
                                                                                                            - Sam Rain
Cultuur begrijp je pas als je overstapt. Binnen een cultuur verlies je objectiviteit; mensen die culturen veroordelen hebben een ‘eigen’ cultuur – opvattingen over de hoe en wat van de maatschappij, normen en waarden met de nodige onzin om het te rechtvaardigen. Want zo werken culturen.
De hindoestaanse cultuur in Nederland is één van de vele die vreselijk achterhaald is. Wie zich nog in de jaren ’80 mentaliteit bevindt, vindt Nederland helemaal niets en bevindt zich in een scheefgegroeide persoonlijkheidsstoornis. Zoals dat vrouwen minder zijn dan mannen, dat wat je hebt belangrijk is en dat je ‘familie’ zou mee mogen bepalen in je toekomst.
Eer bla bla, achtergrond bla bla, geloof bla bla.
Eten bijvoorbeeld. Rund slash varkensvlees enzo. Volgens de hindoeritus, verzint men, is gevogelte en vis ‘okay’ en de rest niet. Meestal opgedreund door de mensen die maar twee boeken kennen van de ‘Mahabharat’. Nee, helaas is het geheel vegetarisch voor wie dogmatiek zo belangrijk vindt; het is echter geen garantie voor verlossing.
Trouwen. Wat betekent het? Dauri in Nederland is niet bepaald gebruikelijk, maar zit er voor de vorm bij. Moet voordat je gaat ‘samenwonen’ enzo; seks is taboe voor meisjes en de homofobie wordt met leugen en al verdedigd tezamen met racisme (echt waar). Een vrouw die een partner kiest, zou niet volgens haar grondrechten belemmerd moeten worden door een kale peuleneter in lakens. En dat gelieg over maagdelijkheid (come on) is allemaal poppenkast. Alsof hindoestaanse mannen zo SOA-vrij zijn – oh nee, want voor mannen ligt dat anders.
Familie. Waarom bemoeien ooms en tantes zich met de zaken van hun broers en zussen alsof het collega’s zijn. De familie BV is een vreselijk benauwend ‘iets’, waar hiërarchisch geen touw aan vast te knopen is. Wie heeft het recht om te ‘beslissen’ over een ander? Waarom moet je in dienst staan van je familie?
Geld. Aanzien. Ego. Het is eenal narcisme en een vals superioriteitsgevoel. Wie dat heeft is ge-wél-dig en wie die ‘positie’ heeft is ge-wél-dig. Al dat getokkie is om moe van te worden. Wat kàn het salaris van een ander je nu echt interesseren? Lekker belangrijk dat iemand z’n titel zo geil vindt. Waanzin.
Drank. De taboe in schijnwerpers. Zuipen, zuipen, zuipen en misdragen. Oh nee, dan telt respect niet. Respect voor je vrouw. Respect voor je kinderen. Respect voor jezelf. ‘Nergens zijn honden’, maar zelf stiekem zuipen uit ‘de kofferbak’ of een dopje tijdens een ‘katha’ (eredienst). Wie gedraagt zich nu als een ‘koeta’?
Racisme. Ja, ik zeg het. De taboe waar men niet over praat. Echt, de FC Kip sketch van de Dino Show slaat de spijker op z’n kop; en het is maar het topje van de ijsberg. Gelukkig zijn Hindoestanen heilig en perfect geboren!
En het allerergste is dat ik, een verstandig mens, als deze zaken rechtvaardigde als ‘normaal’.

maandag 16 juli 2012

Oh, oh pandit!

De irritatie van Hindoestaanse jongeren

“Een leraar die niet onderwijst, mag zich geen leraar noemen.”
                                                                                                - Sam Rain
Hindoe-priesters in Nederland zijn vaak een aanfluiting. Wie zich als Hindoestaan afvraagt waarom katha en pooya’s uitsterven, is waarschijnlijk gezegend met een degelijke Pandit en orthodoxe ouders. De meeste Pandits die ik spreek of observeer zijn vaak van het lage niveau die afbreuk doen aan de mooie, rijke historie die het Hindoeisme biedt.
Eén typische Pandit, irriteer ik me mateloos aan – op één of andere manier kiest deze precies de verkeerde woorden waar ik aanstoot aan neem; het is ook geen wonder dat mijn neefjes en nichtjes behoren tot de ‘ik-doe-maar-mee’-Hindoestanen en na de dienst even naar de Mc-D gaan (niet bepaald het idee...).
Een modernere variant gebruikt dure woorden in onlogische combinaties, om uiteindelijk meer verwarring te scheppen dan de intentionele uitleg. Esthetisch uitleggen terwijl het gaat om ethisch, metafysica aanstippen waar het filosofie betreft, wetenschap van de wereld degraderen om vervolgens voorbeelden te geven met diezelfde wetenschap. Stel een vraag en krijg alle antwoorden, behalve diegene die er toe doen.
Dan heb je de Pandits die zichzelf geen Pandit of Guru willen noemen; een soort van Veda-politieke correctheid. Dezelfde soort Pandit is continu tegenstrijdig met zichzelf; alles komt via esoterie en moet je als ‘niet ingewijde’ gewoon aannemen. Dat laatste is nogal moeilijk als je aanspraak doet op de rationaliteit van je toehoorders, maar motivatie en argumenten ‘wegwerkt’ in mystieke filosofie en kosmische krachten die alles van te voren bepaalt, maar waar je dan wél weer invloed op hebt. Huh? Inderdaad!
Pandits met ‘PR’ zijn enigszins wat pragmatischer, maar hebben nooit ‘tijd’. Ze worden gehaald en gebracht, doen wat ze komen om te doen (een ‘snelle’ pooya/katha/yag) – en flits, weg zijn ze. Een ‘verkeerde’ vraag wordt snel belachelijk gemaakt en het typische ‘antwoord’ is dat de vrager naar de ‘bibliotheek’ moet gaan. Het is alsof je wiskundeleraar je uitlacht wanneer je vraagt naar de stelling van Pythagoras en je verwijst naar handenarbeid. Iedereen vind ze ‘geweldige’ Pandits – tenminste ‘iedereen’ die alleen de Bhagavad Gita en Ramayan kennen en nooit van de Upanishads, Vedangas, Sastras en de Puranas gehoord hebben, laat staan inhoudelijke kennis hebben van de Vedas en Upavedas.
Himalaya Pandits die van de Westerse maatschappij niets moeten hebben – behalve van de mobiele telefoon, de auto, vliegtuig en keiharde ‘euries’ – zijn verreweg het meest slaapverwekkend. ‘Practice what you preach’, in plaats van eeuwigdurende gezanik over het Schiphol-beleid dat gaat over koffervruchten. Het is nuttiger om te kijken naar een nieuwsuitzending op het Turkse TRT kanaal, dan het binnensmonds gebrabbel van een deodorantvrezende gordijndrager die kennis overdraagt in een vorm waar alle informatie verloren gaat.
Zijn er dan geen goede Pandits? Natuurlijk wel! Alleen zijn deze zo lokaal gebonden en heerst er zoveel verdeeldheid (Arya Samaj, Sanatana Dharma, etc.) dat er qua geluid veel interferentie plaatsvindt. Wat dat betreft kunnen de Pandits veel leren van de Christenen qua missies en evangelisatie, de Moslims in buurthuizen en moskees, de Boeddhisten en hun meditatiecentra en de Tao volgelingen op zaterdagochtend in het park.
Een Pandit is een leraar in levensfilosofie – niet enkel een tuinman om de geestelijke heg jaarlijks te snoeien!
©SamRain
Pandit

vrijdag 22 juni 2012

Dieper in het Hindoeisme: Het hiernamaals


“Iedere religie kent een vorm van hemel en hel.”
                                                                        - Sam Rain
Iedereen die enige affiniteit heeft met theologie zal wel eens de ‘Divine Comedy’ van Dante voorbij zien komen – al zijn het enige referenties. Het is bijna een universeel begrip; wie goed is krijgt lekkers, wie stout is de roe. Zo ook in het Hindoeisme – alleen is het ‘verhaal’ omtrent de filosofie relatief onbekend voor de meesten.
Wedergeboorte staat in het Hindoeïsme centraal, waar het uiteindelijke doel is om terug te keren naar de oorsprong. Om opnieuw geboren te worden, dien je te sterven – waarna de ‘selectie’ van het soort wedergeboorte gebeurd door middel van een karma-afweging. Deze selectie, is volgens de Hindoe-geschriften niet onmiddellijk; men verblijft in de ‘swarka’ of de ‘narka’ – waar de eerste gelijkenis vertoont met de hemel en de laatstgenoemde veel weg heeft van het begrip hel.
Hemel is een abstracter begrip, evenals de hel. Hoewel men overtuigd is dat deze twee begrippen horen in de monotheïstische wereldreligies (Judaïsme, Islam en Christendom) zijn ze theologisch gezien terug te vinden in ieder religie. Ze kunnen, in termen van wetenschap, gezien worden als individuele dimensies. Beide dimensies hebben een klimaat afgestemd op de Geest. Laat ik als voorbeeld twee planeten nemen – Mars en Mercurius. Om te leven op Mars is gemakkelijker in een vaste vorm, terwijl op Mercurius een fysiek lichaam vrijwel meteen verbrand vanwege de afstand tot de zon. Een ‘gehechte’ Geest is simpelweg niet levensvatbaar in de ‘swarka’ – een ‘vrije’ geest zal grote moeite hebben in de ‘narka’ en ook in termen van filosofie er ‘uitdoven’.
In de Veda’s en de purana’s zijn de referenties naar deze dimensies ontelbaar; het is de Garudapuran die vrij gedetailleerd in gaat op de indeling. Een bekende van andere religieuze geschriften zal de typerende structuur meteen herkennen; zo bestaat de ‘narka’ uit diverse dorpen, waarin er gradaties van lijden bestaan – zoals Dante’s Inferno. De ‘swarka’ is zo onbeschrijfelijk gelukkig dat het niet beschreven kan worden; het typische paradijs waar men bevrijd is van vorm en lijden.
Het grote verschil met de Westerse religiën is dat de ‘hemel’ of de ‘hel’ géén eindbestemming is; gedurende de transmigratie behoudt de ‘ziel’ (het Zelf) zijn essentie. Men zou deze geestelijke reis tussen dimensies en geboorten kunnen zien als een pelgrimstocht tot men de perfecte staat bereikt – die in het Hindoeïsme kan variëren tussen 1 en miljarden levens. Het begrip reïncarnatie is daarom verwarrend – opnieuw in ‘het vlees’ komen zou betekenen dat ieder van deze levens van organische aard is – het hindoeïsme kent een ‘eigen’ biologie en metafysica. Theoretisch zou de filosofie van het Hindoeïsme over het hiernamaals natuurkundig kunnen kloppen – mits men uitgaat van twee basisgronden, die nooit verder zullen reiken dan hun hypothetische vorm.
Waar de monotheïstisch godsdiensten de ‘selectiecriteria’ zich richten op de naaste mens, ziet de Hindoeïstische opvatting het op een gehele onthechting van het bestaan. Hoe meer onthecht, hoe beter de ‘score’ om het ‘swarka’ te betreden. Hoe gehechter men is, levert weer de nodige score voor de ‘narka’ dimensie. Centraal staat dus het ‘Ego’; egoloos is het ‘swarka’ klimaat en het narcisme resulteert in de ‘narka’ als tijdelijk verblijf. Ongeacht het geloof, zijn de zingeving en filosofie een universeel streven, waar ieder mens beter van zou worden.
©SamRain
Hiernamaals

vrijdag 16 maart 2012

Hey Rakesh-Bhangra! / Hindoestaanse bruiloften, Deel I


“Trouwen doe je niet één keer.”
                                    - Sam Rain
Trouwen volgens de hindoe-ritus lijkt een groot feest voor buitenstaanders; de marteling die het daadwerkelijk is, is gereserveerd voor naaste familie en bruidspaar. Hoewel de ‘happening’ zelf het gesprek van het jaar is (en bij goede uitvoeringen voor jaren erna), vergat ik door alle euforie de ellende die erbij komt kijken. Ja, ik ben een ‘patata’ als het komt op de ‘Indian Wedding’ – en ik zal vertellen waarom.
Als je de hele ‘poeha’ zou moeten samenvatten, gaat het om 2 dagen van feest; de ‘bhatwaan’ is het familiefeestje voor bruid of bruidegom alleen en de ‘bihyaa’ is de huwelijksvoltrekking. Omdat Pandits (de Hindoestaanse pastor / dominee) geen ‘wettelijke’ huwelijken sluiten, is het stadhuis meestal dag 3. Op deze dagen, met een beetje geluk en naar beneden afgerond, het aantal gasten rond de 200 man. Ik heb de uitzonderlijke pech om uit een grote, populaire familie te komen waar dit aantal met gemak wordt verdrievoudigd. Ook laat ik dan nog allerlei andere ellende buiten beschouwing – een Hindoestaanse bruiloft neemt makkelijk een jaar in beslag qua planning en organisatie.
Unlike the Dutch – is een enkele ceremoniemeester onvoldoende; als een winstgeoriënteerde NV, staan de directie (ouders van de bruid) vele kerntaken af aan de topmanagers; van logistieke diensten, schoonmaak en de keuken tot beverages en eten vallen onder de familiare plichten van de Hindoestaan in de bruiloftssituatie. Logistieke diensten zijn het zorgen van het hoog aantal oma’s van en naar locatie (Hindoestaanse opa’s leven zelden lang, uiterste gebruikdatum +/- 55 jaar), en keukendiensten zijn gereserveerd voor ervaren huismoeders die het beste kunnen koken of ooms die vinden dat vrouwen zich maar gewoon bezig moeten houden met ‘bloemen rijgen’. Iedereen legt verantwoording af bij het ‘hoofd’ van de afdeling. Dat doe je, omdat ooit jouw kind of kleinkind vast ooit zal trouwen – en dan had je best deze ‘hulp’ gewild. Chantage dus.
Theoretisch is het allemaal ideaal; de welwillendheid is ongelofelijk groot en iedereen vindt het ge-wel-dig. Alleen de praktijk is anders – Hindoestanen zijn allesbehalve lui, laat ik dat voorop stellen. Ze zijn wel altijd 1) te laat 2) weten alles beter 3) nemen te veel hooi op een te kleine vork 4) en zijn pessimistisch positief.
Het is niet zo dat Hindoestanen ‘denken’ dat ze ‘te laat’ zijn, maar cultuurtechnisch niet op rekenen dat ze ‘op’ tijd verwacht worden. Waar de Nederlandse ‘standaard’ 5 a 10 minuten is, kun je verwachten dat tussen afgesproken tijd en drie uur erna de aankomsttijd veranderd. Daarom krijg je op een hindoestaanse bruiloft altijd warm eten wanneer je honger hebt – afgesproken tijden werken niet.
Vooral bij een bruiloft is het ‘normaal’ dat iedereen te laat is. Onderweg krijgt de ‘workforce’ extra taken mee (het teveel hooi) en meestal voor een al overwerkt persoon (te kleine vork). Zo zal na de ‘bhatwaan’ het voor de meisjes zwaarder zijn dan voor de jongens; de laatsten zijn door alcohol en slaapgebrek al later en de dames hebben een deadline om zich om te kleden en een hele nacht nog ‘vol’ te houden aan de poppenkast die ze moeten spelen (een bacardi-cola als 18 of 19 jarig meisje ‘bestellen’ is namelijk niet netjes en in een ‘sari’ je sigaretten en aansteker bewaren helpt ook niet).
Het is dan ook niet goed voor optimisten om vroeg op de ‘bhiya’ aanwezig te zijn; Hindoestanen worden pessimistisch van werken tijdens daglicht en vooral bij knoflook pellen (Hindoestanen eten zoveel knoflook dat Twilight Dvd’s in onze handen veranderen in as) is het aangeraden om niet te vrolijk te doen.
Alles tijdens de trouwerij gebeurd door de organisatie veel te laat – en volgens het pessimistische positieve idee, net op tijd. Naast het ongezonde dieet, alcohol en nicotine is bruiloftspaniek één van de grootste risico’s van een Hindoestaan. Nee, zet mij maar op de ‘gastenlijst’.

dinsdag 31 januari 2012

De essentie van Hindoeisme: De drie fundamenten


“Zo waar bestaat alles uit materie en niet-materie.”
                                                                        - Sam Rain
Op de middelbare school wordt het Hindoeïsme gepresenteerd als een knotsgekke wereldreligie; ontelbare goden met ontelbare armen gekoppeld aan niet-westerse namen. Feitelijk kent het Westen de pure vorm van het Hindoeïsme niet; tijdens de koloniale bezetting van India was het ook propaganda om het geloof te ridiculiseren – argumenten opbouwen om aantoonbaar de bezetting als een positieve maatregel te presenteren. Resultaat: wildgroei van spiritualiteit, foutieve vertalingen en dus foutieve interpretatie.
Het hindoeïsme kent maar één God; een superwezen dat alles is. In zijn geheel heet deze God ‘Brahman’ (de beide letters a spreekt men uit als in ‘man’). Het is het alles en het niets; vormloos en daarom onvoorstelbaar. Deze essentie is verantwoordelijk voor de drie fundamenten van het Hindoeïsme: Brahma (bra-ma, a als in man), Vishnu (wisj-noe) en Mahesh (ma-heesj, a als in an, ee als in heel); Schepping, Instandhouding en Ontwikkeling.
Het principe van Brahman is dat alles geschapen wordt naar een vorm buiten het vormloze zelf, dat zichzelf in stand moet houden om uiteindelijk te ontwikkelen naar een nieuwe schepping. Volgens het Hindoeïsme bestaat alles dus uit en in God – Brahman; een immens verschil met godsdiensten die deze fundamenten personifiëren. Een schoenlepel en een mens kennen dezelfde ‘Dharm’ eigenschappen!
De ‘Dharm’ (a als in man) wordt vaak verward met het ‘bewustzijn’ of met het denken. Dharm in het principe van Brahman is een bouwsteen voor ‘vorm’ – ook door wereldvreemde guru’s manifestatie genoemd. Wanneer iets vorm krijgt is de Dharm de substantie waar deze vorm uit bestaat, omdat het voortkomt uit het vormloze. Wanneer we Brahman en Dharm conceptueel begrijpen, kunnen we ze zelfs wetenschappelijk beschouwen als ‘waar’ vanwege de criteria waaraan ze voldoen in theoretische natuurkunde.  Omdat iedere cyclus weer vele eigen cycli bevatten is het ecologisch systeem van het Brahman oneindig te noemen – we beschikken niet over de meetapparatuur om het allerkleinste of het allergrootste te meten. Echter kunnen we in het Hindoeïsme de oneindige staat wel definiëren; namelijk als oneindig en volmaakt. Volgens het Hindoeïsme zou het bereiken van dit Oneindige het doel moeten zijn – de terugkeer van vorm naar vormloos.
Als men het Hindoeïsme accepteert als waarheid, accepteert met dus belangrijke punten:
1.     Men ‘sterft’ niet, omdat men altijd een vorm kent of vormloos wordt; het ‘Zelf’ (atman) bestaat uit Dharm en is deel van het Brahman.
2.     Men accepteert dat zijn leven dienste doet als ontwikkeling van het Brahman en niet voor zelfbehoud alleen;
3.     Men respecteert alles dat is omdat het een deel van het Brahman is en tot deze vormloze toestand zal komen.
Deze fundamenten waren ook de inspiratie voor Boeddha geweest; het Boeddhisme kent ook zijn wortelen in het Hindoeïsme wat betreft opvattingen, werkwijzen en literatuur. Hoewel de Bhagavad Gita en de Ramayan de populariteit genieten qua filosofie, zijn veel mensen onbekend met de Jip en Janneke versie van het Hindoeïsme. Vooral nu op het moment dat Yoga en meditatie veelal bij mensen bekend staan als praktische methoden voor de bevordering van Geest en het lichaam is het merkbaar hoe weinig men eigenlijk over het onderwerp weet. Het Hindoeïsme is tegenwoordig een dogmatische religie dan waar het voor staat: een vrije, vormloze lifestyle met doel om zelf te ontwikkelen voor een hoger doel dan het zelf.
De mensen die het Brahman principe in hun hart sluiten, zijn daarom theoretisch betere mensen; alles en iedereen is je broeder en zuster, vader en moeder, dochter of zoon. En dat geldt ook voor je vrienden én vijanden. Wat zou de wereld dan toch Utopisch zijn!
©SamRain
Hindoeisme

zondag 22 januari 2012

Een of meerdere? Hindoeisme uitvergroot


“Il n’y a pas de grande oeuvre qui soit dogmatique” – R.Banthes
Cultuur en religie; voor de één een lifestyle, voor de ander klinkklare onzin. Toch kan niemand ontkennen dat ieder bewust mens eraan zal moeten geloven: als je niet gelooft in een Godswezen, geloof je in wat anders. De term ‘gelovig’ zou daarom niet discriminerend mogen zijn. Het Hindoeïsme is lifestyle dat echter verschilt van de ‘mainstream’; religie en cultuur zijn zo verweven, dat men door de bomen het bos niet meer kan zien. Want is er maar één God of velen, zoals het Westen de religie classificeert?
India, het oude Hindustan, kent een rijke volksgeschiedenis; naast vele wonderlijke gebouwen, bedevaartsplaatsen en literatuur, is India het epicentrum van de Aziatische religie. Hindoeïsme, Boeddhisme, en zelfs het Taoïsme kent er zijn oorsprong – het is dan ook niet verwonderlijk dat de cultuur weinig verschilt over het continent met grote etnische verschillen. De grootste invloed komt van de Mahabharat (‘het Grote India’), een grote literatuur collectie van Veda’s (‘leefwijsheid’); van grote mythen over de Apenkoning (Hanuman) tot de beoefening van Yoga.
Wanneer men praat over het Hindoeïsme, denkt men vaak aan de afbeeldingen van achtarmige goden met bovennatuurlijke krachten ten dienste staande voor mensen. Net als de Griekse en Romeinse goden, zijn ze emotioneel betrokken en hebben menselijke trekken, en hebben hun eigen tempels voor verering. Echter is deze opvatting niet juist; het ware, pure Hindoeïsme is geheel niet dogmatisch, noch ritueel ingesteld. Want het ware, pure Hindoeïsme is monotheïstisch – al zal het merendeel van haar volgelingen dit concept niet willen begrijpen.
In Hindoeïsme kent men het woord ‘God’ eigenlijk niet; de Joodse God, JVWV, bekend als El Elohim, is de persoonswezen, een entiteit. Deze God is later ook dezelfde ‘baas’ in het Christendom en Islam, waardoor we monotheïsme zijn gaan begrijpen als een godsdienst met een bewuste entiteit, soms zelfs geassocieerd met het mannelijk geslacht door Hij, Hem en de Heer. In Hindoeïsme is God een ‘kracht’, een vorm van materie dat bewustzijn kent en waar alles in bestaat. Vanuit een theologisch standpunt is dit waardevol dat dit expliciet vermeldt is – wetenschappelijk is het namelijk logischer te benaderen dan een entiteit wonende in de ‘hemel’- en dus aannemelijker.
Deze ‘kracht’ wordt ook expliciet niet gedefinieerd door zijn kenners; de Hindoe godheid staat beschreven in een zeer bijzondere vorm: wanneer er over wordt geschreven staat er dan ook ‘Het is niet dit’ of ‘is niet dat’. Hier ligt dan ook de grondslag; alles in het Hindoeïsme is ‘manifestatie’. Dit is het tweede waardevolle standpunt vanuit theologisch standpunt, namelijk de erkenning tussen ‘stoffelijk’ en ‘niet-stoffelijk’; de wetenschap staat theoretisch achter dit concept van materie. Met manifestatie komen pas de godheden te voorschijn; het bewuste wezen toont zich in gedaante, maar als bovennatuurlijk verschijnsel. Zo zijn Indra, Vishnu en Krishna drie gedaanten, maar erkennen de reïncarnatie te zijn van de Oorsprong in stoffelijke vorm. Het idee is prachtig; want waar de God van het Westen te puur is, kan het Godswezen in Hindoeïsme zich zo vaak als het wilt manifesteren en waar het wilt. Het wezen is volledig neutraal, het dient daar waar het nodig is en nooit als egoïstisch wezen dat niets of niemand naast zich duldt. Het stelt geen eisen, maar een leerplan van keuze, de ‘Dharm’ (‘Denken’) en de ‘Karm’ (‘Handelen’) met twee resultaten: positief en negatief, maar alsnog binnen hetzelfde wezen.
Hindoeïsme heeft dus maar één God. Waar alle andere opinies vandaan komen? Dezelfde wortels als bij andere Godsdiensten wanneer deze zich verspreiden; cultuur en tradities zijn gewoonten die niet gemakkelijk vervangen worden; wat heeft immers een haas met chocolade eieren te maken met een kruisiging?
©SamRain
Hindoeisme

woensdag 9 november 2011

Verwarde Hindoes overal


Tradities. Cultuur. Religie. De één zijn overgedragen gebruiken, de andere gebruiken geadopteerd door de gemeenschap en de laatste een weg om invulling te geven aan het leven. Hindoes hebben alle drie in de meest kleurrijke vorm; een groot land, grotere historie en thuis van twee grote wereldreligieen. Ook in Nederland is er een grote gemeenschap actief; deels vanuit de kolonien en anderzijds van migranten. Velen beweren kennis te hebben van hun gebruiken; en net zoals bij het Christendom, Judaïsme en de Islam wordt er vaak (en dus in deze context) verwezen naar het ‘Heilig Boek’ als referentiekader.
Maar lezen mensen deze ‘Heilige Boeken’ nu eigenlijk wel?
Ik ben van mening dat de meesten de grove fout maken dat deze Geschriften zien als instructiemateriaal; het op de letter precies nemen en de context uit verband trekken. Bij Hindoes en Moslims is dit het meest duidelijk zichtbaar; de sociaal hierarchisch structuur integreert tradities en cultuur erg nauw met religie, waardoor er per regio een nieuwe stroming ontstaat.
De Bhagavad Gita is een kroniek uit de dichtenepos van de Mahabharata (‘het Grote India’); het beschrijft een dialoog tussen de prins Arjun en Krishna (Jezus met Tandoori), waar intentie en handelen centraal staan. Het is onvoorstelbaar hoe de meeste hindoes dit mooie werk zo niet begrijpen; het concept van traditionele boedhisme is ook berust op de interpretatie van de werken ‘as-is’. Zo noemt deze Veda het ‘eren’ van halfgoden (de persona’s met vele armen e.d.) voor hen die de ‘Gita’ niet begrijpen. Dat is zo’n 95% van de hindoes die dus mooi de plank misslaan. Cultuur en traditie blijven echter behouden; het niet eten van Rundvlees bijvoorbeeld is een gebruik wat cultureel is, de Mahabharata oppert namelijk de volledige onthouding van vlees; een ‘bhakt’ (devoot) zou niets mogen eten wat ‘een moeder’ heeft. Echter is er een Purana welke veel impact heeft op het traditionele aspect van rundvlees; gestrafte geestelijken zouden terugkeren als koeien om geheel hun leven te werken als boetedoening. En als huis-uit Hindoe kan ik je vertellen dat 99,9% van mijn grote familie hier geen kennis van heeft.
Reincarnatie is lotgevallen aan dezelfde situatie; het volgende leven wordt of beter of slechter. Het rad van leven en de ontsnapping eruit wordt nauwelijks centraal gezet. Geen wonder eigenlijk, het circus om de cultuur heen zorgt voor laagdrempelige entertainment; de katholieken van Azie zeg maar.
Mocht je er ooit interesse voor willen kweken qua geloofsovertuiging, vraag dan niets aan een ‘hindoe’. Lees dit fantastische werk zelf; er zijn prima vertalingen beschikbaar. Zo voorkom je dat je de draad kwijtraakt en verstop raakt in een cultuur dat er een soap-versie van gemaakt heeft.
Naast de Bhagavad Gita, zijn ook de ‘Uponishad’ een aanrader om te lezen. Heilige Boeken zijn studieboeken; je leest ze, om vervolgens ze te overdenken. Behoud het goede, en bespaar jezelf discussies erover. After all, overtuiging is altijd individueel en persoonlijk, en geen mode trend.
©SamRain