Posts tonen met het label pijn. Alle posts tonen
Posts tonen met het label pijn. Alle posts tonen

woensdag 12 december 2012

Een hypothetische analyse over de oorzaak van sadisme


"Er zijn naast tikkende tijdbommen, ook landmijnen in de geest."
                                                                                                 — Sam Rain
Een sadist is iemand die zich goed voelt bij het veroorzaken van pijn bij anderen in een mate die radicaal ver weg ligt van de maatschappelijke norm. Een maatschappij die alle vormen van fysiek geweld verwerpt kan een 'vechtjas' bestempelen als sadist, terwijl een maatschappij die fysiek geweld met wapens kan rechtvaardigen, sadisme beoordeelt op de excessieve manier in de vorm van marteling.
Ieder mens heeft het instinct van vergelding. De één laat deze over aan de politie, een ander aan een bovennatuurlijk verschijnsel en sommigen spelen eigen rechter. Vergelding is een afweermechanisme van de geest — het rationele denken wilt altijd een oplossing om zichzelf te beschermen tegen signalen. Een sadist wilt altijd de eigen rechter zijn, omdat de norm van de maatschappij ver beneden hun persoonlijke rechtvaardiging functioneert.
Er is geen  grotere waarheid dan Einstein's citaat — alles is relatief. Behalve dat deze regel geldt voor de natuurwetten is het toepasbaar in de psychoanalyse. Pijn is namelijk ook relatief. Hoe meer pijn je kunt verdragen, hoe hoger de maatstaf is die je aan pijn legt. Iemand die van een kleine prikkel al uit zijn of haar comfort zone wordt gehaald, heeft een korte lengte op de maat van pijn. Een sadist zal dus veel pijn geleden hebben waardoor er een dermate groot verschil is tussen zijn of haar persoonlijke waarde van pijn in vergelijking met de maatschappelijke norm.
Het kunnen verdragen van pijn komt net als alle andere 'vaardigheden’ door oefening — hoe meer de geest wordt blootgesteld aan pijn, hoe meer zij ontwikkelt om deze prikkels te kunnen verdragen. De geest werkt als het ware als een spier — de mate van stress die wordt uitgeoefend op de geest, levert de trigger om zich te verweren door deze sterker te maken. Wie veel pijn kan verdragen legt een andere associatie aan wanneer een prikkel ervaren wordt als pijn. Een sadist heeft dus een radicale associatie met hetgeen wat zij verstaan onder pijn in vergelijking met iemand die voldoet aan de norm van de maatschappij.
Er zijn actieve en passieve sadisten — de actieve sadist wilt zijn 'fantasieën' uitvoeren, terwijl de passieve sadist nog onvoldoende gemotiveerd is. Een sadist rechtvaardigt zijn of haar handelen door woede te projecteren op een ander; het is de uitlaatklep van wat men vaak 'opgekropte' woede noemt. Projectie koppelt als het ware de woede los van een persoon, waardoor deze zich 'vrij' voelt van de emotionele ballast. De frustratie van sadisten komt uit het feit dat zij een vertekend beeld hebben van pijn die onbegrepen wordt. Voor deze ballast zoekt de geest een oplossing — welke zich vaak manifesteert in sadistische handelingen.
Sadisme dient een emotioneel doel — het euforische gevoel van macht. Net als andere handelingen waaraan euforie worden geassocieerd, kunnen deze verslavend zijn — vooral bij een constante gespannen toestand. Dit laatste is wat het 'normale' gevoel is bij actieve sadisten; waarmee men kan concluderen dat een sadist een verslaafde is aan het pijnigen van anderen om zich euforisch te voelen.
©SamRain
Sadisme

dinsdag 4 september 2012

Schuldige onschuld


Ze zeggen dat ik koud ben
dat ik praat zonder gevoel
Ze denken dat ik harteloos ben
dat ik leef zonder geweten
Ze schrijven boeken over mij
en beoordelen daarin mijn ziel
Ze spreken op lezingen over mij
en analyseren mijn geest
Ze vinden me gevaarlijk
en zetten me het liefst vast
Ze vinden me gestoord
en spuiten me het liefst plat
Ze roepen getuigen op
en voeren onderzoek aan
Ze plegen karaktermoord
en vallen mijn woorden aan
Ze vinden me vaag en onduidelijk
en interpreteren me verkeerd
Ze vinden me zelfs onoprecht
en schetsen een vals beeld
Ze vinden me een monster
en diagnosticeren me als psychopaat
Ze roepen om de hoogste straf
en kijken me duivels aan.
Maar ik heb het niet gedaan.

©SamRain
Onschuld

zondag 15 juli 2012

De spiegel van strijders, paard voor dame

Een liefdevolle pijn

“Wie liefheeft offert zichzelf op zonder nadenken.”
                                                                        - Sam Rain
Ik ben geen prins
op een wit paard.
Of één die het land afzoekt
naar het passende muiltje.
Noch ben ik van adel
met een familiewapen
Of een stamboom die
je ouders verblijden kan.
Ik ben geen held
met grote daden
Of kende ik een leven
vol deugdzaamheid.
Ik ben niet onbaatzuchtig,
versierd met nobelheid
Of een eerbaar en integer mens,
die geen ander haat.
Ik ben geen gemaskerde,
die het arme volk redt
Of de gemene koning
aanvalt met pijl en boog.
Ik verkondig geen evangelie
met woorden der Waarheid
Of volg ik de Wetten
voor een heilzaam bestaan.
Mijn hart is vol met
littekens en pijn.
Mijn geest is vol met
trauma’s en woede.
Mijn lichaam is hard
om te incasseren, als een harnas
Mijn vuisten van staal
om te verwonderen, als een zwaard.
Ik kan dwalen
door de Hel, ik verbrand niet
Bergen beklimmen
hoger dan de Hemel, ik bevries niet.
Ik buig niet, nee
ik breek niet, nee
Een mes in de rug,
dood mij niet, al is deze diep
Ik ken geen angst, nee
ik ken geen vrees, nee
Draken, monsters, duivels
eet ik als ontbijt, lunch en diner.
Ik ben geen prins in ’t wit
maar een ridder in ’t zwart
die voor jou,
zichzelf verloochent
en opoffert -
voor slechts een glimlach.
©SamRain
Liefdevolle pijn

zaterdag 21 januari 2012

Het monster in mij


“Wij zijn altijd doorgewinterde moralisten als het om anderen gaat”
                                                                                                  – O. Welles
Ogenschijnlijk lijk ik normaal, onder een loep uitzonderlijk. Ik bezit de kwaliteiten waar anderen jaloers op kunnen worden en zo ruim om zelfs arrogant over te zijn. Ik ben slim, knap en heb een radar voor mensen. Toch zit er een productiefout die verscholen zit in mijn diepste Zijn; er leeft een monster in mij.
Het monster is angstaanjagend; zijn geschubde huid, zijn reptielachtige pupil en vlijmscherpe tanden zijn altijd aanwezig, alsof het wacht op dat ene moment van zwakte. Ergens illusseer ik dat het aan ketenen zit, gemuilkorfd is in een zwaarbeveiligde kooi. Maar het weet wel beter. Met zijn dodelijk gif consumeert het mij tot een manifestatie van hemzelf. Het monster is dodelijk; het monster is sterker dan ik.
Jarenlang heb ik het gevoed met de ingrediënten uit de winkel der Hel: woede, pijn, angst en verdriet. Als een parasiet begon het, waarna het groeide tot groter dan mijzelf. Ik dacht, als ik het monster tem en bij me houd, dan ben ik veilig; het werd mijn waker en beschermheer. Ergens was ik verheugd om dit monster te koesteren; het leefde van mijn bagage en was sterk waar ik niet sterk kon zijn. Het monster zou mij immers nooit verlaten, noch verraden als mijn onuitputtelijke bondgenoot. Maar wilde dieren laten zich nimmer temmen zoals de Siberische tijger; zijn natuur is om te bijten en zijn prooi te consumeren, maar zoals in elke vorm van intense liefde, was ik blind voor zijn honende lach en doof voor zijn duivelse grijns. Het monster was geen monster toen voor mij.
Ik zag het monster soms vluchtig in de spiegel, of achter mijn mondhoeken. Het liet een glimp zien van zichzelf in een frons of koude blik. Langzaam nam het meer terrein in en strekte het zijn leefgebied uit tot het landschap van mijn denken; het vergiftigde mijn opvattingen en at in het geniep van de vruchten der wijsheid. Dan zag het soms een kans, een moment van opportunisme, en brak zijn klauw door mijn vuist; om uit te halen naar hen dichtbij mij. Ik zou liegen als ik zei dat ik er niet van genoot; ik zou liegen als ik het vond als een ziekte in mij.
Maar het monster werd groter en hongeriger en had aan mijn vijanden niet genoeg; het knaagde aan mijn botten, hart en longen, langzaam consumeerde het mij. Het at mijn ogen en braakte uit mijn oren; het leefde door mij. Ik eens ooit onverschrokken was plotseling geketend en onderworpen door deze donkere zijde in mij. Als een toeschouwer gedwongen, zag ik hoe het monster onbezonnen te werk ging met hetgeen wat eens mijn leven en lichaam was. Het had mij geconsumeerd als een voederbak vol verse haat; met huid en haar een tere ziel verslonden.
Opgesloten, zat ik dan, ik een koude kerker binnen in mijn geest. Opgesloten door een monster zo duivels, dat eens mijn beschermer was geweest. Geen bord van genade, geen beker vol vrede; alleen de karige maden van angst was er te eten. Maar het monster maakte een grote fout: hij had me verslonden, maar was vergeten te kauwen. Ondanks alle pijn en ellende bleef een klein deel van mij behouden. Met vingers vol bloed en afgebeten benen, klom ik in het duister uit de donkere put van wanhoop. Een klein hart pompte krachtig met weinig hoop door het oerwoud van teleurstelling en leugens, scheppende water uit de bron van kracht. Maar de pijn was zo ondragelijk en de dood nabij, het einde naderde.
Plots kwam daar een engel in een gewaad van liefde en schoenen van troost; lippen van warmte en een jas van hoop. Ze zei, sta op en ga heen naar dat monster; versla het met dit zwaard. Het zwaard was gemaakt van vertrouwen. Nog steeds het monster niet verslagen; ik bevecht het nog steeds. Maar nimmer meer zal ik falen, want het is mijn vijand geworden. Het monster in mij is er nog steeds – mijn angst ervoor niet.
©SamRain
Monster in mij