Posts tonen met het label frustratie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label frustratie. Alle posts tonen

maandag 30 januari 2012

Frustratie, intimidatie en sadisme: Wat is hun onderlinge relatie?


“This is me; on my most sadomasochistic moment.”
                                                                        - Bill (Kill Bill)
Agressie is een onderwerp dat zich vaak verbind aan alle ernstige conflicten in de wereld: ruzie, vechten en oorlog. Agressors praten vaak hun gedrag ‘goed’ – ze hebben vaak de redenen waar menig mens sympathie voor kan opwekken. Het ‘rood’ voor de ogen zien of ‘overgenomen’ door woeden, elke ‘anger management’ consulent heeft het gehoord of gezien en weet dat agressie eerder een gevolg is dan een oorzaak.
Frustratie, intimidatie en sadisme zijn drie stadia van agressie; naarmate een agressor successen beleeft met zijn of haar aanpak van conflicten, versterken de opvattingen tot het niveau dat men het kan zien als positief gedrag.
Frustratie is wanneer men zichzelf ziet als een relevante acteur in een situatie, maar geen controle kan uitoefenen. Feitelijk valt de persoon in kwestie zichzelf aan op geestelijk niveau om hem of haar aan te zetten tot handelen. Frustratie is normaal; het hoort in ons systeem omdat we zelfbehoud als primair doel zien. Het is de agressievorm dat zich beperkt tot het ego, veel stoornissen spruiten dan ook door frustratie; de geest vecht met het Zelf.
Intimidatie is dat als men het probleem projecteert op een andere partij. Niet het ego is het probleem, maar een ‘object’ vormt de belemmering. Er wordt een doel vastgesteld – de tegenstander moet wijken – ten koste van alles (inclusief het Zelf). Wanneer het doel behaald is, neemt de frustratie af, en daarmee de agressie. Zo worden intimiderende agressors van gewelddadig plotseling rustig en kalm; er is geen reden om agressief te zijn.
Sadisme is een stadium waarin de agressor een ‘beloning’ heeft gevonden in het afstraffen van tegenstanders. De agressor treedt op als vergelder en verwijt zijn of haar tegenstander dan ook dat zij volledig de schuld hebben van het geweld wat hen wordt aangedaan. In tegenstelling tot intimidatie dient het sadisme geen doel buiten persoonlijke gratificatie. Zwaar gefrustreerde mensen (ook dieren!) wachten op een conflict om zich voor te doen; een aantal criteria bij een tegenstander kan als ‘trekker’ fungeren om het geweld los te laten.
Hoewel frustratie, intimidatie en sadisme sterk verschillen is er een duidelijk relationeel verband te zien; allen zijn een gevolg naar aanleiding van persoonlijke opvattingen. Indirect en direct zijn het machtsmiddelen die ‘gekozen’ worden. Iedere sadist is gefrustreerd, maar niet iedere gefrustreerde is een sadist. Toch is frustratie een ‘keuze’; machteloosheid kun je namelijk accepteren of niet accepteren – en het laatste levert pas frustratie op.
Agressors hebben cognitieve gedragstherapie nodig; opvattingen lijken moeilijk te veranderen, maar het kost minder dan het leed van slachtoffers of de instelling om een agressor buiten de samenleving te houden. Vele voormalige agressors hebben afstand gedaan van hun opvattingen met behulp van therapie of zelfs religie.
Sadisten zijn niet alleen de seriemoordenaars uit your latest Saskia Noort, maar ook ogenschijnlijk ‘doodnormale’ jongens. Sterker nog, pubers zijn sadistisch / statistisch op een piek door hormonale veranderingen en sociale druk. Het aantal; ‘zinloos geweld’ delicten heeft niets te maken met ‘incidenten’; de sadist(en) is een tikkende tijdbom vol frustratie en vertekende opvattingen.
Het probleem kan verholpen worden door men geduld aan te leren, in ieder geval genoeg geduld om dialoog als machtsmiddel te kiezen.

zondag 29 januari 2012

Frustratie, intimidatie en sadisme: Waar ligt hun bron?


“Think of all the pain he caused you, all the people he hurt. NOW MAKE THAT GO INTO POWER!!!
                                                                                                - Goku (Dragzonball Z)
Agressie: of het nu gericht is aan hulpverleners of de buurman, het blijft een problematische barrière voor het concept beschaving volledig realiseerbaar te maken. Maar waar ligt toch de kern van dit geweld? Wannabe psychologen benoemen het liefst de factoren die katalyserend werken, zoals opvoeding, popmuziek of cultuur, maar missen de kern. Agressie is een machtsmiddel; het is geen resultaat, geen geestestoestand of fysiologische reactie.
Machtsvertoon is een natuurlijk verschijnsel: Gorilla’s kennen het alpha-mannetje, honden de roedelleider en bijen hun koningin. Hoewel de Darwin theorie wat betreft ‘survival of the fittest’ zeer dichtbij komt, slaat het gedragsfilosofie over. De ‘machthebber’ is niet zo zeer het meest fysieke imposante organisme in de kudde, maar diegene die de groep het meeste voordeel oplevert. De ‘leider’ kan weleenswaar een tiranniek beleid voeren, maar is de ‘leider’ omdat het recht hem of haar gegeven wordt. Als sociale organismen leven mensen ook in groepen en zijn dus verbonden aan hetzelfde principe dat geldt voor hiërarchie.
Een leider wordt gekozen om conflicten op te lossen. Conflicten vormen bijvoorbeeld door gevaar en onvoldoende middelen voor levensonderhoud; feitelijk zijn het belemmeringen waarbij een geschil ontstaat tussen twee partijen die benadeeld worden. Een conflict kan op drie manieren worden opgelost:
1.     een partij onthoudt zich van het conflict en bevoordeelt de andere partij
2.     een compromis waarbij beide partijen zich evenredig in voordeel verkeren
3.     beide partijen onthouden zich, waarbij beide partijen zich volledig in nadeel verkeren.
Leiderschap is geen fysiologische eigenschap, maar een aangeleerde vaardigheid. Echter is onze primaire overlevingsdrang en dus zelfbehoud wel pertinent aanwezig, waardoor we geforceerd zijn om leiderschap te ontwikkelen in een sociale structuur. Elke sociaalgeoriënteerde organisme heeft een mate van leiderschap in zich; al is deze volledig afhankelijk van externe invloeden hoe deze zich ontwikkelt.
Wanneer men in een situatie terechtkomt, waarbij een conflict ontstaat, is de partij in kwestie in eerste instantie ‘machteloos’. Het analyserend vermogen stelt vervolgens de opties beschikbaar in de vorm van machtsmiddelen. Omdat de partij bewust is van de consequenties, levert het behalen van ‘nadelen’ de nodige frustratie op – ons innerlijk systeem richt zich op het behalen van beloning, niet vice versa!
Frustratie is een stadium waar fysiologische veranderingen optreden; ons lichaam schakelt automagisch naar de ‘alert’-modus, een staat van paraatheid. Dit betekent een hogere hartslag, hogere spierfrequentie en zelfs de hersengolven veranderen van frequentie; waardoor we sneller, en impulsiever beslissingen nemen. Wanneer we ‘gefrustreerd’ zijn, beseffen we dat we geen controle hebben over een situatie.
Intimidatie is een agressief machtsmiddel dat dient om de andere partij ‘af te schrikken’ en zich dus te onthouden van het conflict. Door kenbaar te maken dat de andere partij zich geen oorzaak moet maken, anders volgen er fysieke consequenties kan men het voordeel behalen in het conflict. Soms kan het voorkomen dat de verbale intimidatie fase overgeslagen wordt, omdat de partij in kwestie het gevoel heeft niet gehoord te worden, en deze stap overgeslagen kan worden. Omdat het effect van toegepaste agressie nu eenmaal een sterke impact heeft op benadeelden, stuurt het een signaal af voor anderen als ‘waarschuwing’ – wat de macht van de bevoordeelde partij bevordert. Inclusief zijn of haar opvattingen; hoe onredelijk ook.