Posts tonen met het label schema. Alle posts tonen
Posts tonen met het label schema. Alle posts tonen

maandag 27 mei 2013

Psychologie: Schema's en hun fobieen


“Een fobie is een angstschema.”
                                                - Sam Rain
Iedereen heeft wel een ‘tic’ of een fobie – gedrag wat we beschouwen als onlogisch en irrationeel. Een fobie is een aanval van acute angst: het lichaam reageert instinctief en roept de vecht/vluchtreactie op. Hoe groter de reactie, hoe herkenbaarder de angstsymptomen: van schrik tot paniek met angstzweet. De fobie is een typisch schema die men beschouwd als een irrationeel ‘iets’, terwijl ze heel logisch is.
Angst en genot zijn ons innerlijk geweten; goed is wat ons genot doet beleven (volgens onze psyche), kwaad is wat kan resulteren in pijn. Ze zijn in vele gradaties te ervaren en afhankelijk van neurotransmitters. Genot ervaren door endorfines, terwijl angst gepaard gaat met adrenaline – het stofje dat ons lichaam alerter maakt.
Iedere fobie komt voort uit een ‘patroon’ die we herkennen: een gebeurtenis. Wanneer het patroon zich associeert met een ‘trauma’ of een slechte ervaring kan deze een instinctief schema tot leven brengen, waardoor men angst als een reflex ervaart. Pijn – ongeacht hoe men deze fysiek ervaart – is een reactie uit informatie. Bij een fobie herkent men dus een patroon als pijn: het zien van dieren, kleine ruimtes of vreemde mensen.
Als organisme geldt de regel dat we willen overleven; de comfortzone is daarbij cruciaal voor ons gevoel van veiligheid. Bij confrontatie met een patroon dat gekoppeld is met een angstschema, is er een inbreuk op dat gevoel. Fobieen zijn voor onze hersenen net zo ‘echt’ als reele dreigingen; angstschema’s zijn voor onze psyche gelijk. Ze staan immers voor gevaar.
De eerste stap bij angstschema’s is een bekende: wanneer herkent men een dergelijk patroon? Wie last heeft van een fobie (of fobieen) weet vaak al wanneer en wàt de aanleiding geeft voor de angst (een mensenmassa, een dier of bijvoorbeeld een ruimte), de ‘trigger’ oftewel de gebeurtenis.
De associatie gaat dan om een negatieve ervaring die men onbewust herbeleeft; vaak gaat het om veiligheidsgevoel of onmacht. Het verschil tussen walgen en een fobie is dat het laatste een instinctieve reactie oplevert dat bekend staat als de vecht – vlucht respons; een angstschema is daarom ook een reflex.
Dankzij bewustwording kan men zich laten behandelen tegen fobieen – de associatie kost enige tijd om te doorbreken, maar het is een fabel dat de hersenen het schema vast hebben gemetseld. Door de waarde van de gedachte te veranderen, kan met een alternatief schema de fobie worden veranderd naar zelfs een verlangen!
Angstschema’s zijn helemaal niet onnatuurlijk; ze bestaan voor zelfbescherming. Zo zullen veel mensen instinctief niet zo gauw een snelweg oversteken of opzettelijk hun hand in kokend water stoppen dankzij deze instinctieve schema’s.
Hoewel fobieen vreselijke dingen zijn, zijn ze toch een goede indicatie voor instinctieve schema’s. En al zijn fobieen in de beleving uiterst vervelend, betekent niet dat het verloren zaak is of een eindstation om ermee te leren leven. Er valt nog veel winst te behalen in het onderzoek betreffende gedrag!
©SamRain
Fobie

zondag 26 mei 2013

Psychologie: Schema's en hun werking


“Denkpatronen zijn kleine programma’s.”
                                                            - Sam Rain
Een schema, de benaming van een denkpatroon, is een keten van ‘biologische’ activiteiten die je in een diagram kunt weergeven. Een ‘trigger’ – of gewoonweg een gebeurtenis – doet een schema activeren met een bepaald gedrag als resultaat. Een schema komt op het volgende neer:

Hoewel men gedachten en gevoelens als abstracte zaken beschouwt; zijn ze prima te vormen tot meetbare ‘units’. Een gedachte is namelijk een associatie met andere informatie en gevoel, die ontstaat naar aanleiding van herkenning. Samen met het gevoel ‘evalueert’ het brein de meest ‘logische’ beslissing waardoor er gedrag tot stand komt.
Onze hersenen zijn, met onze ruggengraat, een centrale verwerking van informatie afkomstig van binnen en buiten het lichaam; hormonen en neurotransmitters reguleren het interne gedrag, terwijl de zintuigen hun dienst doen om informatie uit de wereld om ons heen op te vangen. Onze zenuwen zijn de infrastructuur waardoor we alle externe informatie ‘digitaal’ kunnen ontvangen.
De pracht van onze hersenen is dat de neurologische verbindingen polymorfisch zijn; er worden miljoenen verbindingen gemaakt en verbroken – veel feitelijke kennis over de werking van de hersenen en met name hoe ze groeit is relatief jong. De complexiteit van deze neurologische verbinding stelt de hersenen in staat om veel informatie om te zetten naar, wat ik noem, neurologische ‘bestanden’ – de organische manifestatie van schema’s.
Er zijn primaire schema’s – voorgeprogrammeerde denkpatronen – waar we zonder niet kunnen functioneren: ademhalen, verteren of waarnemen. Hoe complexer een organisme is, zal evenredig het aantal primaire schema’s bepalen. Of dit het werk zou zijn van een superevolutie proces of God is giswerk.
Wat geen giswerk is, is dat de hersenen patroongevoelig zijn; daarom ontwikkelen we gewoonten en ervaren we stress als we tegenstrijdige informatie moeten verwerken of er nieuwe situaties ontstaan waardoor we niet weten wat we kunnen verwachten. Het patroon, welke herkent wordt in de informatie, roept een schema tot leven die de hersenen de meest logische keuze achten. Afhankelijk tot welk deelgebied van het denken het schema behoort, volgt het gedrag van de mens vrijwel onmiddellijk.
Het belang voor zichzelf behartigen is de vuistregel van de geest; behoeftes volgen en pijn vermijden. Het grootste deel van de schema’s zijn echter aangeleerd bij de moderne mens. Angst, godsdienst, status, ambitie, verslaving, fobieën hebben een relatie met schema’s. Zo zal iemand die insecten ziet als ‘ongedierte’ deze associëren met ‘vies’, ‘ziekte’ en ‘gevaar’ en kan een fobie ontwikkelen, terwijl een ander in een niet-stedelijke cultuur de diertjes ziet als specerijen voor het avondeten. Of je nu walgt, lacht of bedenkelijk kijkt bij dit voorbeeld komt dankzij een aangeleerd schema!
Schema’s kunnen supercomplex zijn; ook zijn ze niet op zichzelf staand wat betreft de psyche van de mens. Wel zijn schema’s een duidelijke, abstracte weergave van het menselijk doen en laten – en essentieel in het begrijpen van de geest.
©SamRain
Denkschema's

dinsdag 13 december 2011

Programma's ontwerpen: Een service ontwerpen


“He who serves best profits most”
                                                - Rotary Motto
Services zijn programma’s die werken op de achtergrond; ze zijn de kern van vele oplossingen dankzij hun modulaire aard. Ze zijn door hun bouw en werking gemakkelijk te gebruiken in andere oplossingen, omdat hun ontwerp dit bijna afdwingt.
Een ‘service’ bestaat uit 2 onderdelen:
-       een ‘interface’: een conventie voor de interne besturing
-       verwerkingscomponenten: de technische programmatuur
De verwerkingscomponenten doen het ‘echte’ werk, terwijl de interface bepaalt hoe de informatie aangeleverd moet worden en hoe men het resultaat mag verwachten. Wanneer men de interne werking van componenten niet hoeft te ontwikkelen (vanwege bijv. Een framework), kan men spreken van ‘black boxing’ – een ‘magisch’ principe. Tegenovergesteld is het ‘white boxing’: de techniek wordt ‘uitgevonden’ zodat het kan dienen als een ‘black box’.
Vanwege deze opbouw is een service zeer gemakkelijk te ontwerpen in een schema:
Ter illustratie nemen we een iets praktischer voorbeeld, namelijk het verfraaien van een rapportage door er een ‘voorblad’ aan toe te voegen voor ieder rapport dat naar de ‘service’ wordt verstuurd:
Als deze ‘service’ geïmplementeerd zou worden, kon het overal gebruikt worden. Theoretisch is deze service ‘klaar’. Het vervult 1 specifiek doel en stelt de eisen weer, tezamen met het resultaat. Echter is het ontwerp niet veilig noch robuust. De service voert geen controle uit of het ‘type’ voorblad bestaat, wat er gedaan zou moeten worden bij een fout en dergelijke.
 Zoals dit ontwerp laat zien, worden er symbolen gebruikt om specifieke gebeurtenissen te illustreren. Deze symbolen binnen het stroomdiagram is de ‘notatie’ voor het ontwerp. Eventuele fouten worden afgehandeld door de status ‘fout’ terug te geven. De service bepaalt niet dat het teruggeeft (een ‘service’ geeft ALTIJD wat terug), maar kan wel informatie verschaffen over hetgeen wat teruggegeven wordt.
Omdat ‘services’ onzichtbaar zijn, kunnen ze allerlei informatie meesluizen, zoals de status of types. Het doel echter is wel om een service echt een enkele taak te laten vervullen: services die alles willen afhandelen worden dan steeds complexer en foutgevoeliger. Het is dan wijzer om voor iedere taak een soortgelijke, maar toch unieke service te ontwerpen en een overkoepelende service die deze aanspreekt naar aanleiding van argumenten. Het is namelijk gemakkelijker om kleine onderdelen te ‘onderhouden’ dan grote ‘spaghetti’-services.
Een ‘interface’ voor een service is niet hetzelfde als dat van een applicatie; hoewel beide over besturing gaan, richt die van een service op data typen in tegenstelling tot die van applicaties, welke zich richt op methoden.

Meer lezen over Informatie Technologie? Klik hier voor de inhoudsopgave voor alle artikelen!
©SamRain
Services