Posts tonen met het label adrenaline. Alle posts tonen
Posts tonen met het label adrenaline. Alle posts tonen

zondag 17 maart 2013

De Adrenaline Stroomt II


 "Zonder instinct, zonder kans."
                                                  - Sam Rain
Ik begrijp niet wat er zojuist is gebeurd. Waarom het is gebeurd. Ik zie wel wat er nu gebeurd. En ik moet iets doen. Ingrijpen. Hij, die altijd dit gepredikt heeft, blijft rotsvast staan. De ander beweegt ook niet. Maar die daar in nood verkeert, is in de minderheid. Drie van hen en ik zie er meer bijkomen.
Mijn hartslag schiet op vol vermogen en iedere spier spant zich aan. Mijn ogen lijken zich strak te zetten en zien alleen maar de gruwel waarop ik wil reageren. Ik bijt op mijn tanden, mijn kaakspieren voelen als gespannen bicepsen. Mijn wenkbrauwen fronzen en ik word kwader en kwader. Niemand doet wat. Alleen de mannen die op de terugvechtende man inslaan. Alle anderen kijken, maar zijn net zo in beweging als de wassen beelden van Madam Tussaud.
Ik ren erop af. Intussen ligt de man op de grond, terwijl de anderen op hem inslaan. Met een ruk trek ik de achterste eraf. Verbaasd draait hij zich om, om vervolgens een ontmoeting te hebben met mijn vuist. Hij zakt meteen in elkaar. De middelste rent weg, waarna de voorste man zich opmaakt voor een gevecht. Ik trakteer hem op een snelle serie trappen — het lijkt alsof al die jaren vechtsport zich ineens demonstreert. En wanneer ik hem met een laatste vuistslag uitschakel, draai ik me om. Ik zie een zwart metalen voorwerp op me afkomen.
Ik hoor het doffe geluid, maar de pijn voel ik amper. De man met het breekijzer kijkt verbaasd. Over mijn lippen stroomt er bloed, die ik proef als een dolle haai. Een geest van waanzin valt over me heen en een explosie van woede maakt het monster in me wakker. Ik pak het breekijzer van hem af en begin de man wezenloos te slaan. Zelfs de mannen die eerst leken op potentieel gevaar, staan geschokt te kijken hoe ik de man afbeul.
De adrenaline pompt door mijn lichaam. "Wie wilt? Wie nog meer? Kom dan!", klinkt het uit mijn stembanden met een geluid die ik niet kan thuisbrengen. Intussen is de gevallen man opgestaan en roept mijn naam. Op de achtergrond hoor ik sirenes langzaam harder klinken. We moeten weg. Weg van hen. Ik spuug nog op mijn aanvaller. "Slaap lekker."
In de ondergrondse garage veeg ik het bloed af van mijn gezicht. Het lijkt alsof mijn aderen hun best doen om zoveel mogelijk bloed door de huidsnede te persen. Wonder boven wonder ben ik voor de rest ongedeerd. De mannen kijken naar me. Alsof ik een spook ben, of een buitenaards wezen. Niet met ontzag, maar angstig. Ze zagen een kant, die ze niet kenden.
Ik wil terug. Het karwei afmaken. Schijt aan de blauwe pakken. Schijt aan wat er zal gebeuren. Ik ben boos en ik wil dat ze het weten. Mijn woede lijkt alleen maar meer en meer te worden. Mijn zucht naar geweld lijkt onverzadigbaar. Hij probeert me te kalmeren, terwijl ik opgefokt aan het ijsberen ben. Mijn onderlip trilt. Ieder geluid maakt mijn nek doen bewegen naar de herkomst ervan. "Kom, we gaan weg hier!", zegt hij.
We gaan naar de Eerste Hulp. De gevallen man heeft gekneusde ribben. Mijn wond moet gehecht worden. We lachen, terwijl de verpleegkundige mij oplapt. Over de lafheid van de andere twee spreken we niet. Want wie bevriest, heeft angst. Tenminste, dat werd me altijd vertelt. En angst is niet voor echte mannen.
©SamRain
Adrenaline-2

zaterdag 16 maart 2013

De Adrenaline Stroomt I


“Wat je niet hebt ervaren, heb je niet ervaren."
                                                                         — Sam Rain
Zijn stem wordt dreigend. Zijn lichaamshouding verandert. Mijn rechterooghoek vangt een blik op die me op alertheid zet. Daar zijn er zes, misschien zeven. De weg voor me loopt dood. Ik zit in de auto, in de gordel. Het voelt benauwd en iedere hartslag voel ik zenuwen gieren door mijn lichaam. Ineens zie ik een handbeweging. Ik herken het als geen ander. En op dat moment begrijp ik zonder woorden de intenties. De intenties waardoor ik besef dat ik in levensgevaar verkeer.
In paniek schreeuw ik — 'Terug, terug!' en haal het eruit. Maar in plaats van te remmen, geeft hij gas. Een van hen buiten beweegt zijn handen naar een houding. Terwijl ik een fractie van een seconde wordt afgeleid, pakt hij het vast en probeert het los te rukken uit mijn handen. We worstelen. Het is niet alsof— ik vecht voor mijn leven. Ineens een knal. Ik schrik, maar wonderbaarlijk grijp ik mijn kans. Ik ontdoe mij van de gordel, en probeer weg te komen. De portier opent. Maar de gordel die nog over mijn schouder hangt, trekt me als de hand van de duivel terug. Ik verlies mijn evenwicht en val, alsof te worden bewogen door een gespannen elastiek losgelaten, terug in de stoel.
Twee komen recht op me af. Ik zie hun gezichten en realiseer me dat ik geen kans maak om te winnen. Ondanks dat de armen me van achter proberen te wurgen, vind ik de kracht om het portier dicht te trekken. Daar zie ik het liggen, daar op het voetmatje. Met alles wat ik in me heb pak ik het vast, om vervolgens weer te worden geklemd in een arm. Mijn adem stokt.
Een knal, nog luider dan de eerste. Ik zie het glas verbrijzelen en de twee ieder een kant op  duiken. De arm om de keel laat los en geen moment bedenk ik me. Ik open de portier en probeer de tas te grijpen — maar hij geeft zich niet gewonnen. Hij trekt er met man en macht aan, want het was zijn doelwit al vanaf het begin. Alleen nu ben ik in het voordeel.
Ik beslis in een ogenblik dat er maar een enkele uitweg is. Niet daar naar binnen, dan zit ik in de val. Niet naar de weg waar de anderen naar toe zijn gerend, dan hebben ze me alsnog. Ik kan alleen maar de kant op waar geen weg ligt. Ik zal moeten springen. Ik zal moeten rennen voor mijn leven. Want de man van de handbeweging kan me makkelijk raken omdat het terrein open ligt. Ik heb geen tijd om op adem te komen. Geen tijd om rustig na te denken. En terwijl mijn laarzen klakken tegen de straattegels, hoor ik een stem roepen "Maak hem af, maak hem af! Pak hem!"
Het lijkt alsof ik in een drie dimensioneel spelletje zit — het lijkt alsof het beeld beweegt en ik mij in de rol van een toeschouwer bevindt. De adrenaline pompt door mijn aderen en geven het gevoel alsof de wereld is vertraagd en tegelijkertijd de tijd op hoge snelheid voorbij tikt. Ik realiseer me bijna niet wat er is gebeurd en het enige wat ik denk kan ik niet beschrijven als een gedachte. Het is niet anders te beschrijven als een oerinstinct, waardoor mijn lichaam zich volledig overgeeft aan reflexen. Gevaar. Wegwezen. Je bent nog niet veilig.
Ik heb niets meer bij me. Het is onderweg gevallen tijdens de wanhoopssprong. Mijn handen verweren zich tegen de takken en brandnetels die in de weg staan, maar ik voel de pijn niet van de striemen die zich brandmerken op mijn onderarmen. Geen tijd voor. Het lijkt alsof de grond niet bestaat. Totdat ik ineens voor een brede sloot sta. Als ik zwem, dan overleef ik het. Als ik niet zwem, dan pakken ze me. En als ze me pakken, overleef ik het niet.
Dus ik zwem.
©SamRain
Adrenaline